woensdag 21 december 2011

De herders - uitvaagsel of het ware Israël?

Als beginnend predikant doe je alles voor de eerste keer. Ook het preken over Lucas 2. Als ik een tekst uitkies heb ik altijd wel een bepaald idee waar ik ermee heen wil. Maar niet zelden wijzigt het beeld behoorlijk als ik me intensief met de tekst bezighoud. 

In mijn preek over de herders dacht in ongeveer de volgende kant op te gaan: herders stonden in de tijd van het Nieuwe Testament onder aan de maatschappelijke ladder. Ze werden als onbetrouwbaar gezien en mochten daarom niet getuigen in rechtszaken. Ze waren het uitvaagsel van de maatschappij. Dan is het natuurlijk heel bijzonder dat juist zij door God uitgekozen worden als eerste hoorders van de goede boodschap. Dat Jezus juist voor hen, grote zondaars, in de wereld gekomen is. Jezus die zich tot in een voerbak vernedert voor de grootste zondaars, een mooie kerstboodschap. Dat vond ik, en vind ik overigens nog steeds. 

Toch, bij nauwkeurige lezing, blijken de dingen iets anders te liggen. Daarom plaatste ik afgelopen maandag na enig rondlezen de volgende tweet, met enig uitdagingsgehalte. 
Het verhaal van de herders is vooralsnog 1 grote verrassing voor me. Dit gaat geen stereotype kerstpreek worden, denk ik.
Waarop een aantal reacties kwam over wat ik dan wel 'ontdekt' zou hebben. Het leverde een leuke twiscussie op die mij heeft geholpen om de focus van dit gedeelte scherp te krijgen.

Ik kwam er al snel achter dat het uitgesproken negatieve beeld van de herders gebaseerd is op enkele Rabbijnse bronnen uit de 5e eeuw na Christus. Het is niet echt houdbaar om daarmee het verhaal van de herders in Lucas 2 in te vullen.

Daarentegen is het beeld van herders in de Bijbel zelf overwegend positief. De aartsvaders waren herders. Het volk Israël is van oorsprong een herdersvolk (Genesis 46:34). De grootste koning van Israël, David, was een herder. Vanaf koning David wordt de herdermetafoor in positieve zin gebruikt voor een goede koning.
Hij verkoos David, zijn knecht, en nam hem weg van de schaapskooien;
van achter de zogende schapen haalde Hij hem, om Jakob, zijn volk, te weiden en Israel, zijn erfdeel.
Deze weidde hen naar de oprechtheid van zijn hart, en leidde hen met kundige hand.
(Psalm 78:70-72)
De Messiaanse verwachtingen in het Oude Testament concentreren zich in een aantal teksten waarin de Messias als Goede Herder getekend wordt (Jes. 40:11; Ezech. 34:23). In Micha 5 lezen we zelfs over een nieuwe David die uit Bethlehem Efrata zal komen en Gods volk zal 
"weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen." (Micha 5:3)
David begon zijn herdersloopbaan in Bethlehem (1 Samuel 16). De nieuwe David zal zijn herdersloopbaan daar ook beginnen. 

De herders in Lucas 2 roepen daarom een paar dingen op:
  1. Ze vertegenwoordigen Israël, dat in essentie immers een herdersvolk was (Gen. 46:34). 
  2. Het zijn 'goede herders', wat blijkt uit het feit dat ze 's nachts voor de schapen zorgen (cf. Joh. 10 en Ezech. 34). 
  3. Als goede herders zijn ze het ware Israël, de mensen van het welbehagen (Luc. 2:14). 
  4. Als letterlijke herders maken ze als eerste kennis met de Goede Herder die geboren is in een voerbak, en dus letterlijk incarneert in hun wereld (met dank aan @jajpater voor de formulering). 
De goede boodschap bereikt de herders dus niet als stereotype slechte en lage mensen, maar als vertegenwoordigers van het Ware Godsvolk, dat uitziet naar de komst van de Messias. Zoals alle mensen in Lucas 1 en 2 die genoemd worden vrome Israëlieten zijn die uitzien naar Zijn komst. 

De boodschap die hen bereikt is de boodschap van God die omziet naar zijn volk, die hen als Redder tegemoet treedt, de koning die hun wereld binnenkomt in een herdersgestalte. Een vreugdeboodschap voor het hele volk:
Jubel, vrouwe Sion, 
zing van vreugde, Israël, 
juich met heel je hart, vrouwe Jeruzalem! (...)
De HEER, de koning van Israël, is in je midden, 
je hebt geen kwaad meer te vrezen. (...)
De HEER, je God, zal in je midden zijn, 
hij is de held die je bevrijdt. 
Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, 
in zijn liefde zal hij zwijgen, 
in zijn vreugde zal hij over je jubelen. (Zef. 3:14-17)
De herders als eerste hoorders van de blijde boodschap.
"Aan het herdersvolk wordt de geboorte van de Messiaanse Herder van Israël in het herdersland rondom Bethlehem verkondigd." (Peter Stuhlmacher) 

12 opmerkingen:

  1. Wim, een mooie bijdrage aan de beeldvorming rondom de herders in die tijd. Stof tot nadenken geef je in ieder geval. Toch ga je mij wat te snel in je gedachtengang dat enkel wat Rabbijnse bronnen uit 5e eeuw nC de beeldvorming rondom herders rondom het jaar 0 (onze telling) negatief hebben ingekleurd. Als het ware Israël wordt vertegenwoordigd door herders, zoals je zegt, waarom wordt er dan in het Nieuwe Testament verder zo weinig gedaan met het herderbeeld? In Lucas alleen in hoofdstuk 2, verder nergens. Welgeteld één keer komt het woord herder voor in de (authentieke) brieven van Paulus. En andere NT-geschriften zijn erg zuinig met het woord herder, behalve het Johannes-evangelie (waarom eigenlijk?).
    Kun je uitleggen waarom dat beeld van de herders als vertegenwoordiging van het ware Israël eigenlijk in het NT nauwelijks een rol speelt in vergelijking met jouw insteek dat het ware Israël wordt vertegenwoordigd door de herders?

    Zelf denk ik dat er toch er een bepaald beeld hing/hangt rondom herders: hun sociale positie was niet hoog; omdat het volk vooral gericht was in die tijd op landbouw, waren de herders nodig maar weinig gezien. Ze waren niet rijk, anders hadden ze vast een paar geschenken gegeven, zoals de magoi uit het Oosten.

    Niet voor niets wordt er gewaarschuwd voor herders in het Oude Testament die slecht zijn voor hun schapen of voor het land zoals in Jeremia 23 of Ezechiël 34. Die beeldvorming druppelt ook mee in het collectieve geheugen.

    Dus je hebt me nog niet helemaal overtuigd met je blog en de gemaakte keuzes.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Een extra argument tegen: je wijst een bron van 500 jaar na Christus af, maar gebruikt wel bronnen van 600 voor Christus. 500 jaar is sowieso veel. Vanaf nu teruggeteld 1511 of vooruit 2511. Naar het verleden toe: Luther had z'n stellingen nog niet eens geschreven.

    Een collectief idee vanuit het verleden vind ik zwaarder meewegen, maar dan ben ik het met Robert eens: waarom doet het NT er verder niks mee?
    Alhoewel, komt het beeld van schapen en kudde ook niet vaak voorbij? Dat impliceert een herder.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @rjvanamstel

    Bedankt voor je reactie.
    Je stelt een paar terechte vragen. Ik ben ook nog niet overal uit. Maar discussie verheldert veel voor me.

    De herdermetafoor voor Jezus als zodanig speelt in het NT wel een grote rol. Je noemde al Johannes, maar ook Lukas 15 heeft de metafoor. Ook Hebreeen 13:7 en 1 Petr. 2:25 kennen de metafoor.

    Wellicht is het te zwaar aangezet om in Lukas 2 alleen de herders als ware Israel te zien. Ik denk dat heel Lukas 1 en 2 draaien om het ware Israel. Zacharias en Elisabeth, Maria en Jozef, Simeon en Hanna, allemaal vertegenwoordigers van het levende Israel. In Lukas 2:8-20 vertegenwoordigen de herders Israel. Dat is in die tekst. In andere teksten wordt Israel door anderen vertegenwoordigd.

    Dat de herdermetafoor voor het ware Israel in het NT niet vaker voorkomt, hoeft niet doorslaggevend te zijn. Ook de kribbe uit het verhaal komt verder in het NT niet naar voren. Dat het bij Paulus geen rol speelt, lijkt me logisch. Het gaat hier echt om het ware Israel als verwachtend volk op de drempel van Oud naar Nieuw verbond (niet om het Ware Israel als de gemeente van Christus). Terwijl Paulus nadrukkelijk aan de gemeente van het Nieuwe Verbond schrijft.

    Je hebt gelijk dat de sociale positie van herders niet heel hoog was. Dat kan zeker meespelen op de achtergrond. Maar om ze eigenschappen als onbetrouwbaarheid toe te dichten en ze over de rand van de maatschappij te schuiven, door te stellen dat ze niet mochten getuigen in een rechtszaak gaat een forse stap verder. Bedenk ook dat minstens 80 procent van de bevolking op een of andere manier in landbouw, veeteelt of visserij werkte.

    In de oudtestamentische teksten die je noemt kom je vooral de verbazing tegen dat die herders zo slecht voor het volk zorgen. Ze zijn daarin het tegenbeeld van David. In Jer. 23 en Ezech. 34 gaat het trouwens weer om de herdermetafoor, niet om letterlijke herders. Die komen er in het OT best goed vanaf. Vanaf Abel tot David zullen we maar zeggen.

    @Lennart
    Het verschil tussen bronnen uit het verleden en de toekomst is dat de bronnen uit het verleden aantoonbaar bekend waren in de tijd van het Nieuwe Testament, terwijl dat voor die toekomstige bronnen de grote vraag is.

    Het gaat in die bronnen van 600 jaar terug om heilige geschriften die in de tijd van het Nieuwe Testament die status ook al duidelijk hadden.

    Die vraag waarom het NT er niets mee doet heb ik aan Robertjan al beetje beantwoord. Het heeft er mogelijk mee te maken dat Lukas hier een specifieke heilshistorische situatie beschrijft. Maar het blijft een beetje mistig.

    Beiden bedankt voor het meedenken.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Interessante discussie. Jullie dragen argumenten aan die ik als 'leek´ niet kan verzinnen.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. die herders...

    de joodse Mishna zegt dat de kuddes voor de tempel in Jeruzalem rond Bethlehem werden geweid. ze waren eigendom van de tempel. Herders waren onrein, maar de herders van de tempelkuddes werden als rein gezien.

    Werd het evangelie van het Lam Gods dus het eerst verkondigd aan de mannen die moesten zorgen voor het volmaakte lam dat dagelijks bij het morgen- en avondoffer werd geofferd in de tempel?

    BeantwoordenVerwijderen
  6. @Jos Strengholt: De Mishna is een grote verzameling van oraal-farizeïsche tradities (538 vC-70 nC) en uiteindelijk redactie ondergaan in de 3e eeuw nC. Ben benieuwd uit welke traditie-stroom deze info vandaan komt, dat de herders als rein werden gezien wegens de tempelkuddes.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. who knowa... ik las het ergens. is overigens een aspect dat me minder boeit dan het idee dat het om tmepelkuddes ging. maar ik zal s zoeken voor wat achtergrond :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  8. http://answers.yahoo.com/question/index?qid=20091129202834AA6gc3T

    BeantwoordenVerwijderen
  9. beste Wim,

    Willem Barnard komt tot eenzelfde conclusie als jij. Met vergelijkbare argumenten. Zie bijvoorbeeld: Op een stoel staan, of ook in Stille Omgang, twee van zijn grootste werken. Barnard is niet onfeilbaar, maar ook geen kleintje

    BeantwoordenVerwijderen
  10. @Sybrand van Dijk: kunt u mij die desbetreffende paginanummers doorgeven? Ik heb beide werken van Barnard in mijn boekenkast - ik ben benieuwd naar zijn betoogtrant, hoe hij dan tot dezelfde keuze komt zoals Wim die maakt.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. @rjvanamstel,
    Op een stoel staan blz. 315 en blz 321 en verder. Barnard rept niet van 'het ware Israel', maar wel van de overeenkomst tussen de herders, het Goede Herdermotief en de aartsvaders.
    groet.

    BeantwoordenVerwijderen