woensdag 7 maart 2012

Het einde van Judas


Judas, een uitgesproken slechterik. Een geldzuchtig, huichelachtig type die zijn Meester voor 30 zilverstukken verraadt. Door zijn tragische rol in het lijden van Christus een persoon die fascinatie oproept.

Als ik als kind zijn verhaal hoorde – en de kinderbijbel die wij thuis lazen vertelde het tot en met de ingewanden die naar buiten kwamen – hoopte ik altijd dat het verhaal anders zou lopen. Over een paar dingen kon ik me dan van binnen behoorlijk druk maken.

Zoals over de ongelooflijke domheid van Judas om Jezus te verraden. “Doe dat niet, je speelt met vuur”, wilde ik hem toeroepen.

Of de oneerlijkheid in het plan van God. Er moest iemand zijn die Jezus verried, maar met diegene liep het slecht af (Mat. 26:24). In hypercalvinistische oren klinkt dit behoorlijk eng en onberekenbaar. God gebruikte Judas om zijn plan te voltrekken en daarna dankte Hij hem af.

En ook over het zielige einde van Judas. Totaal wanhopig, in de steek gelaten door de priesters, zag hij geen uitweg meer dan zichzelf ophangen. Had dan niemand medelijden met Judas? “Hij vond geen plek voor zijn berouw, hoewel hij het onder tranen zocht” (Hebr. 12:17).

Eerlijk gezegd vond en vind ik Judas eerder meelijwekkend dan een schurk. Judas, een voertuig van het kwaad (Luc. 22:3) komt er net te laat achter wat voor vreselijks heeft gedaan. En dan is het te laat. Te laat. Hij hangt zich op omdat er voor hem simpelweg geen leven op deze aarde meer is (cf. 2 Sam. 17:23).

Voor veel mensen is dit einde van Judas een teken van zijn eeuwige vervloeking. Zijn wanhopig einde, zelfmoord, wordt gezien als een teken dat er geen enkel spoortje hoop voor Judas is.

En zijn berouw dan? Volgens bijvoorbeeld de kanttekeningen op de StatenVertaling is het duidelijk dat zijn berouw geen oprecht berouw was, zoals bij Petrus. Het ging immers niet gepaard met verbetering van zijn leven. Het terugbrengen van het geld kwam slechts voort uit wanhoop.

Toch berust deze waarneming niet enkel op de feiten. Dat Judas’ berouw niet echt was is een aanname die niet op de tekst zelf berust. Bestudering van Mat. 27:3-5 kan ook een andere kant op wijzen.

Judas belijdt zijn zonde
Als Judas erachter komt dat de joodse leiders Jezus hebben veroordeeld en dat willen laten bekrachtigen door Pilatus krijgt hij berouw. Niet enkel spijt vanwege de nare gevolgen, maar hij ziet zijn zonde onder ogen: “Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.” Het doden van een onschuldige is volgens de wetten van het Oude Testament een vreselijke zonde (Ex. 23:7; Deut . 27:25). Judas ziet dat in, en pleit zich op geen enkele manier vrij.

Hij probeert zijn daad goed te maken
Met de 30 zilverstukken gaat hij terug naar de hogepriesters en de oudsten, degenen die hem die prijs, mogelijk uit de tempelschat, betaald hadden. De enige reden dat hij het geld terugbrengt naar degenen die hem hebben betaald is dat hij zijn daad terug wil draaien. Hij biedt het geld aan en zegt: “Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren”. Het doel is duidelijk, de hogepriesters moeten het geld terugnemen en Jezus vrijlaten. Judas probeert de consequenties van zijn zonde terug te draaien. Een element dat hoort bij oprecht berouw (Luc. 19:8). De slechteriken in dit deel van de geschiedenis zijn zonder meer de hogepriesters en de oudsten die zich van hun stroman afwenden met de woorden: “wat hebben wij ermee te maken? Je ziet maar”.

Hij voltrekt zijn eigen vonnis
De hogepriesters en de oudsten hadden niet alleen Jezus vrij moeten laten. Ze hadden Judas moeten berechten. Judas is degene die verkeerd heeft gedaan. Hij heeft een onschuldige verraden en daarmee Gods geboden aan zijn laars gelapt. Maar zelfs Judas’ schuldbelijdenis interesseert ze niet. Het zijn slechte, onbarmhartige herders (Jer. 23:2), vanaf nu zelf verantwoordelijk voor het onschuldige bloed (Ex. 23:7; Mat. 27:25).

Judas neemt het heft in eigen hand. Hij voltrekt de straf op de zonde eigenhandig. Met zijn schuld kan hij niet verder leven. Zo bewijst Judas door zichzelf te vonnissen de onschuld van Jezus.

Dat is de functie van zijn dood in het Matteusevangelie. De dood van Judas maakt duidelijk dat Degene die stierf het onschuldige Lam was, de Zoon van God. In zijn dood verkondigt Judas het evangelie.

Voor deze exegese is slechts één aanname nodig: dat het berouw van Judas echt was.

P.s. een mooi gedicht, aangereikt door M.J. Schuurman is dit. Een tekst om lang over na te denken. 

13 opmerkingen:

  1. Aangezien je maar één aanname doet, is, volgens het scheermes van Ockham, je exegese zeer waarschijnlijk. Hoe minder aannames, hoe waarschijnlijker de hypothese. ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Aanvullend; wat vind je van de link die uitleggers wel met Juda (broer van Jozef) trekken? Jozef gaat een gewisse dood tegemoet, Juda ziet dat aankomen en stelt voor: 'maar als we hem nou verkopen?'.
    M.a.w.: Judas die Jezus uitlevert (verkoopt) om diens leven te redden (bijvoorbeeld doordat gevangenschap hem zou tegenhouden, langer controversieel op te treden, of, andersom, dat uitlevering Jezus zou wakker schudden en tot 'échte actie' aanzetten)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Schrijf daar maar eens een 'vreemd geluidje' over. Ik ben benieuwd naar de verdere onderbouwing.

      Verwijderen
    2. Akkoord. Maar ik wacht de Jesus Christ Superstar reeks op VreemdGeluid nog even af - Judas komt daar ook nog geregeld langs. Anders lijk ik straks nog een 'Judas Priest', ha.
      http://www.youtube.com/watch?v=Dwm-5ABSIs0

      Verwijderen
  3. Hoe zit het nu met Gods rol in het verhaal van Judas? Die vraagt blijft een beetje open.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Daar heb ik m'n vingers nog niet aan durven branden. Misschien had ik de vraag op deze blog niet open moeten leggen ;-)

      Het ingewikkelde van God, Duivel en menselijke verantwoordelijkheid van Judas doorzie ik nog lang niet.

      Verwijderen
    2. Ik probeer me een beetje te ontworstelen aan een streng calvinistische gevaar dat we ons op Gods rechterstoel willen zetten en met waarschuwende vinger anderen "al te snel" veroordelen. Judas was inderdaad geroepen door Jezus. Foutje? ik denk het niet. veel gedoopte kinderen zeggen op later leeftijd God vaarwel. Was de doop dan nep?
      Was het een "gemene" streek van God omdat íemand Jezus moest verraden? Ik denk het niet. Ik zou niet in zo een God kunnen geloven. Had Judas echt berouw? Ik hoop het wel... voor zijn zaligheid. Wat kan ik dan met Judas? Misschien wel hetzelfde als met Petrus. De rots waarop Christus Zijn kerk wil bouwen, ook na zijn verloochening. Als ik echt eerlijk naar mezelf durf te kijken zie ik Judas en Petrus... en David en nog vele anderen. Dan is mijn zondenbezef weer levend en Gods genade des te onbegrijplijker en overweldigender.

      Verwijderen
  4. Met belangstelling je blog over de laatste slotakkoorden van Judas' leven gelezen. Mij intrigeert het waarom van Judas' aanwezigheid in de groep van 12 discipelen. Ook hij is geroepen door Jezus. Hij beheerde, als ik het goed heb, de 'kas' van de discipelen. Heeft Jezus met opzet deze Judas geroepen in verband met de nadere ontknoping van Jezus' laatste dagen? Was/Is Judas aan touwtjes vast in het verhaal en in zekere zin dus willoos? Hoe is zijn eigen keuze dan te verklaren dat hij berouw toont? Of hebben de evangelisten hem dat in de mond gelegd?

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Ha Wim,

    Mooi hoe je Judas als het ware rehabiliteert! Vorig jaar heb ik op Witte Donderdag de overeenkomsten en verschillen tussen Petrus en Judas belicht, maar dan vanuit de verschillende evangeliën. De evangelist Johannes (12:6) schrijft bijvoorbeeld niet al te fraai over Judas als discipel... En hoe moet je het waarderen dat Judas een speelbal lijkt in handen van de duivel (Lucas 22:3). Zij schrijven ook niet over een berouw van Judas. Zou de kijk van Lucas en Johannes eventueel van invloed kunnen zijn op jouw exegese van Judas' einde...? Passen die gegevens in jouw exegese of juist niet...?

    BeantwoordenVerwijderen
  6. O ja, en deze wil ik natuurlijk ook nog even met je delen: http://www.youtube.com/watch?v=yXEY1-3nfN4 - niet zozeer over Judas' dood, maar wel mooi...

    Lied van Jezus en Judas
    Stef Bos

    Ik zie de afstand
    In jouw ogen
    Jij doet alsof ik niet besta
    Wij hebben zij aan zij gestreden
    Nu staan wij tegenover elkaar

    Het is te laat
    Om te bepalen
    Wie welke fouten
    Heeft gemaakt
    De rechter heeft zich
    Teruggetrokken
    En deze zaak
    Verjaard verklaard

    We hebben elk een kant gekozen
    Dat is de prijs van de gewoonte
    De val van vanzelfsprekendheid
    Jij ziet alleen nog
    Wat je zien wilt
    Als je naar mij kijkt

    Het is misschien
    De loop der dingen
    Want elk vuur
    Wordt ooit geblust
    Ik voel hoe wij
    Elkaar ontwijken
    Wij wachten op
    De Judaskus

    BeantwoordenVerwijderen
  7. ik vind het erg mooi. Om zo te kijken naar een verfoeid mens als Judas moet je met liefde kunnen kijken, en uitstijgen boven onze neiging om de ander te veroordelen.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Toch mooi hoe een dominee eens de grootheid van God over weet te brengen. Zijn plan, Zijn wil. Door de kerk zijn er al genoeg mensen aan de schandpaal genageld. Door te kijken naar de teksten en verder te kijken dan de neus lang is, ontdek je mijn inziens het verhaal in de bijbel. Complimenten, nu nog even op andere stukken doorlezen :)

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Ook maar eens een passend gedicht opgezocht, dat in deze context past.

    Imprimatur

    Het evangelie dat er niet mocht zijn
    toen Jezus aan de macht kwam. Judas bracht het uit.

    Wat wordt er niet geopenbaard,
    de laatste tijd: dat het Godsrijk
    ophanden is. Dat alles recht zal zijn gezet.

    Een wiegenliedje voor een kleiner kind,
    tot klinken gebracht bij een kruisiging.

    Weer een messias minder. Wij zijn het gewend.

    Totdat de stad ontwaakt met het Gerucht,
    verliefde dromen van een vrouw of wat.

    Daar kan geen steen of wachtpost tegenaan.

    In zo'n verhaal kan ik niet meer bestaan.
    Want niets is aanstootgevender dan dit:
    ik heb een levende op mijn geweten.

    (door Mart van der Hiele
    uit: Liter 49, maart 2008)

    BeantwoordenVerwijderen