donderdag 22 maart 2012

Het nieuwe begin van Israël in Matteus


Toen zei Jezus tegen hen: jullie allemaal zullen je met ergernis van mij afkeren in deze nacht, want zo staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik ben opgewekt zal Ik jullie voorgaan naar Galilea. (Matteus 26:31-32)
Waarom zegt Jezus juist op dit moment dat Hij na zijn opstanding zijn leerlingen voor zal gaan naar Galilea? Hij heeft net verteld hoe ze Hem allemaal zullen verlaten omdat ze zich aan Hem storen, waarom dan nu juist deze aankondiging?

Het herdermotief in Matteus
Om een antwoord te vinden is het belangrijk om te zien dat het motief van de verworpen herder een belangrijk motief is in het lijdensevangelie van Matteus. Op twee cruciale momenten citeert Matteus teksten uit Zacharia waar het einde van de goede herder getekend wordt.

Zacharia 11:12-13 wordt geciteerd bij het verraad van Judas. In Zacharia 11 treedt Zacharia op als herder van een kudde schapen. Hij symboliseert in die profetische handeling de HEER die herder is over zijn volk Israel. Maar het vee krijgt een afkeer van Zacharia. En als Zacharia zich door de veehandelaars laat uitbetalen krijgt hij slechts 30 zilverstukken die hij op aanwijzing van de HEER in de tempel moet neersmijten. Onder de gekwetste uitroep van de HEER: “breng het maar naar de smelter, dat vorstelijke loon dat zij me waard vinden”. Vervolgens moet Zacharia de staf die de eenheid tussen Israël en Juda symboliseert stukslaan, om de broederschap tussen Israel en Juda te verbreken. God is door zijn volk verworpen, en de gevolgen zullen vreselijk zijn. Ze zullen een koning krijgen die het volk zal onderdrukken.

Zacharia 13:7 wordt geciteerd als Jezus aankondigt dat de overige 11 leerlingen hem in de steek zullen laten. In Zacharia 13:7 geeft God de opdracht aan een zwaard om zijn gezalfde herder te doden. Als gevolg daarvan zullen de schapen verdwalen. Twee derde zal omkomen. Een rest zal worden gespaard, God zal ze louteren en zij zullen opnieuw het volk van God zijn.

In Zacharia 13:7 kan dat verdwalen uitgelegd worden als een lot, iets dat de schapen overkomt. Maar in de context waarin Matteus het citeert wordt duidelijk dat de verstrooiing van leerlingen vanwege hun eigen ergernis komt. Ze storen zich aan het passieve gedrag van Jezus en keren zich daarom van Hem af.

Opvallend genoeg worden deze beide teksten uit Zacharia, die gaan over de verwerping van de HEER door het volk en de verstrooiing van het volk door de HEER, door Matteus toegepast op de kleine kring van leerlingen rond Jezus. De 12 discipelen die samen het volk Israel vertegenwoordigen. Één van hen verwerpt zijn Heer voor 30 zilverstukken. De overigen keren zich geërgerd van Hem af. De representanten van het volk van Israel, de laatste gelovige rest, laten hun herder in de kou staan. Het ware volk Israël is gereduceerd tot één persoon, Jezus zelf. En Hij zal gedood worden, volgens deze tekst door God zelf. Het ware Israel bestaat niet meer. Er rest slechts de verwachting van een slechte herder die zich om het verdwaalde schaap niet bekommert (Zach. 11:15). Een volk dat uit elkaar zal vallen en verdwijnen.

Opstanding
Op dit punt gekomen, gaat Jezus ineens over zijn opstanding spreken. De opstanding van Jezus is niet minder dan een compleet nieuw begin. Het koninkrijk van God ontstaat niet door een geleidelijke ontwikkeling, gemaakt door mensen. Het koninkrijk van God ontstaat door een wederopstanding uit de dood. Het koninkrijk is een Nieuwe Schepping van God.

Israël als zegen voor alle volken ontstaat niet door het goede gedrag van Israel, maar omdat God met het ware Israel, Jezus, een nieuw begin maakt.

Voorgaan naar Galilea
Na zijn opstanding zal Jezus zijn leerlingen voorgaan naar Galilea. Opvallend genoeg is Galilea de enige plek waar de leerlingen Jezus volgens Matteus zullen ontmoeten. Galilea, het land van de heidenen (Mat. 4:15). Maar vooral Galilea, de plek waar Jezus zijn 12 volgelingen voor het eerst had verzameld (Mat. 10). Galilea, de plek van het begin. Die plek wordt nu de plek van het nieuwe begin. Jezus begint opnieuw met zijn discipelen. Ze moeten nadat ze zich van Jezus hebben afgekeerd opnieuw voor hun taak geroepen worden. Voor de leerlingen is deze nieuwe roeping niet minder dan een opstanding uit de dood, een wedergeboorte. Menselijk gesproken is er namelijk geen reden dat ze hun taak zouden mogen behouden na zich van Jezus afgekeerd te hebben. De opstanding van Jezus is niet alleen een nieuw begin voor de Messias zelf, maar ook een nieuw begin voor het volk van de Messias dat ten tijde van zijn sterven Hem compleet verlaten had.

Nieuw volk van God
De elf leerlingen zijn het begin van het nieuwe volk van God.  Een volk dat geen grenzen meer kent. Bij hun hernieuwde opdracht hoeven ze heidenen en Samaritanen niet angstvallig te mijden en enkel de verloren schapen van het huis van Israel op te zoeken (Mat. 10:5-6), zoals bij hun eerste opdracht. Hun nieuwe opdracht strekt zich uit tot alle volken (Mat. 28:19). Al die volken zullen leerling van Jezus moeten worden. Het nieuwe volk van God overschrijdt en overstijgt de grenzen van het volk van Israël. Het nieuwe Israel is groter dan het etnische Israël.

Het criterium om bij het nieuwe volk van God te horen? De doop in de naam van Vader, Zoon en heilige Geest. Dat criterium geldt zowel voor het oude verbondsvolk als voor de blinde heidenen (Mat. 28:19).

p.s. De laatste alinea is niet voor iedereen duidelijk. Sommigen maken er uit op dat ik bedoel dat het volk van God na de opstanding enkel uit heidenen bestaat. Maar ik zie de zendingsopdracht uit Mat. 28 als een uitbreiding van de opdracht uit Mat. 10. Het volk Israel valt dus zeker niet buiten het nieuwe volk van God. Dat zou ook vreemd zijn, gezien het feit dat de 11 leerlingen allen Joden zijn. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten