dinsdag 20 maart 2012

Uitzien naar de tuinstad


Een wandeling door een prachtig duingebied, met hier en daar een huis, maakte in mij de gedachte los dat ik graag zou willen dat de hele wereld er zo uitzag. Een parkachtig landschap met om de zoveel tijd een huis. Een eigen tuin erbij. Rustig en vredig.

“Je bedoelt de hemel”, zei m’n vrouw, toen ik mijn gedachten uitsprak. En ik denk inderdaad dat ik zo’n voorstelling heb van de ideale plek. Iedereen zijn eigen stukje grond, ruimte om bezig te zijn met het mooi laten groeien van planten en bomen, een leefomgeving vol flora en fauna. Ieder zijn eigen wijnstok en vijgenboom (Micha 4:4). Geen wilde natuur, maar gecultiveerde natuur. Ontdaan van haar agressieve karakter, getemd, vruchtbaar en weelderig.

Ik denk dat enkel westerlingen de wilde natuur met paradijselijk associëren. Mensen die de strijd met de natuur kennen verlangen eerder naar getemde natuur. Een plek waar je niet bang hoeft te zijn voor het woeste karakter van de natuur.

In de bijbel wordt het paradijs ook nergens beschreven als wilde natuur, maar eerder als getemde natuur. De hof van Eden is een aangelegde tuin in een verder woeste wereld. In het Messiaanse visioen van Jesaja zijn de meest wilde dieren gedomesticeerd en het nieuwe Jeruzalem is een stad met een tuinkarakter. Op de nieuwe aarde zal er geen zee – het bijbelse oerbeeld voor de gevaarlijke natuur – meer zijn.

Gecultiveerde natuur veronderstelt menselijke activiteit. Mensen die rondom hun huis planten en bomen telen en zo de vruchten plukken van hun arbeid. Eden werd bevolkt door een tuindersechtpaar. Ik stel me zo voor dat het Nieuwe Jeruzalem een plek is waar tuinman de hoogste plek is die je op de maatschappelijke ladder kunt bereiken. Met je vingers in de grond, bezig met al met moois dat in de Schepping opgesloten ligt. Zonder je handen open te halen aan dorens en distels.

Tuinman, dat is de verschijning die Jezus na zijn opstanding aannam. Voor mensen die zich afvragen waar we in de eeuwigheid mee bezig zijn en of de eeuwigheid niet saai is? Ik vermoed dat we een heleboel over tuinieren kunnen leren van Jezus. En voor wie dat te weinig geestelijk vindt en liever een eeuwigheid lang kerkdienst heeft mag ik er vast wel op wijzen dat er weinig geestelijkers te bedenken is dan met de Zoon van God in de avondkoelte in de Schepping werken om er iets moois van te maken. Bezig zoals we ooit bedoeld zijn door onze Schepper. Niet lui, maar moe van gedane arbeid.  

Gelukkig kunnen we hier op deze aarde al een beetje oefenen. Het is lente, zaaitijd. Ik geniet ervan om bezig te zijn met het laten ontkiemen van zaadjes van groenten en kruiden. Ik geniet ervan om onze voortuin tot bloei te laten komen. En als ik eraan denk dat het mijn voorland is om daar meer mee bezig te mogen zijn dan kan ik alleen maar dankbaar zijn.

Hoe meer ik uitzie naar de tuinstad waar onze tuin bevloeid wordt door het levende water dat onder de troon van God vandaan komt, met een levenskracht die zelfs van de dode zee een visrijk water weet te maken (Ezech. 47), hoe meer ik moeite krijg met activiteiten die de zee van nu visarm maken, plastic soep in de oceaan, uitgeputte gronden in de tropen voor ons veevoer, overbemeste gronden in Nederland... Er is geen betere motivatie om verantwoord te produceren en consumeren dan het uitzien naar de toekomst van God. De Schepping verlangt naar kinderen van God die laten zien dat ze van de Schepping houden (Rom 8:19). En ik denk dat de Schepper er ook naar verlangt. 

1 opmerking:

  1. Ik voel de hemelse lente al heel lang kriebelen ... ;-)
    Toch is ook dat Bijbelse beeld van de stad nadrukkelijk aanwezig (Openbaring) en ook de vele woningen (Johannes).
    Zou zo maar allebei aanwezig kunnen zijn, al begrijp ik best dat er sprake is van beeldtaal.

    BeantwoordenVerwijderen