vrijdag 6 april 2012

De opstanding van de heiligen op Goede Vrijdag


en de aarde beefde en de rotsen spleten, de graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen (Matteüs 27:51-53).
Als je de weergave van Matteüs over de dood van Jezus leest dan ziet het er nog al triest uit. De koning van de joden lijkt de regie kwijt te zijn. Hij wordt gekruisigd, beschimpt en sterft. De enige woorden die Hij uitspreekt zijn woorden van verlating en eenzaamheid, waarop Hij opnieuw bespot wordt. Hij slaakt een luide kreet en het is voorbij. Het levenslot is Hem uit handen genomen. 

Na de dood van Jezus handelt God. Als Hij komt beeft de aarde, de rotsen splijten en graven openen zich. Oudtestamentische woorden over het opengaan van graven komen in herinnering (Ezech. 37:12), woorden die daar duiden op de vreugde die Israël ervaart als God reddend ingrijpt. Of Jesaja 26:19 waar de herleving van de doden plaatsvindt op het moment dat alle hoop vervlogen lijkt. Ook de toekomst komt in beeld als het moment waarop God de dood en het dodenrijk dwingt tot het teruggeven van de doden, waarna zowel dood als dodenrijk in de poel van de vernietiging gegooid worden (Opb. 20). 

Op Goede Vrijdag gebeurt in miniatuur wat er zal gebeuren als de Zoon terugkomt op de wolken. De nieuwe tijd is begonnen. Met het neerdalen van de Zoon in het rijk van de dood, moet het dodenrijk de lichamen van de overleden heiligen prijsgeven. Goede Vrijdag is de dag van redding en herstel. 

De opstanding van de heiligen is nauw verbonden aan de opstanding van Jezus zelf. Ook zijn opstanding wordt gemarkeerd door een aardbeving als een engel van de Heer neerdaalt om zijn graf te openen. De opstanding van de heiligen grijpt vooruit de op de opstanding van Christus zelf. Beleefdheidshalve blijven de opgestane heiligen in het graf tot Jezus uit het zijne is gekomen. Jezus is en blijft in rangorde de eerste die uit de dood is opgestaan (1 Kor. 15:20). 

Wie zijn eigenlijk de heiligen? Zijn het mensen als de heilige Simeon en Anna, kortgeleden gestorven? Of zijn het de oudtestamentische profeten en rechtvaardigen van wie de grafmonumenten in ere werden gehouden? (Mat. 23:29). We kunnen het ze niet meer vragen. Wat we wel weten is dat de heiligen in de toekomst Jezus als een erehaag omgeven als Hij in triomf terugkeert (1 Tess. 3:13). 

Op die manier begeleiden ze Jezus ook bij zijn opstanding. Evenals Jezus verschijnen ze op de paasmorgen in de heilige stad (cf. Mat. 28:9). Ze verschijnen in de heilige stad, ze resideren er niet, evenmin als Jezus zelf. Ze zijn opgestaan aan de overzijde van de doodsrivier en komen niet meer terug in het leven aan deze zijde van de dood. Evenals Jezus zijn ze vanaf nu onderdeel van Gods nieuwe schepping en heeft de dood geen macht meer over hen. Zij zijn de heiligen die nu al met de Messias op de hemelse tronen regeren (Opb. 20:6). 

Zo komt het eschaton op Goede Vrijdag al onze wereld binnen. Om op de Paasdag de vaste grond van Christus' opstanding onder de voeten te krijgen. 

1 opmerking:

  1. beste Wim,

    mooi, dat je dit intrigerende deel van Matteus aanhaalt. Het is even zinsbegoochelend als onbekend. Een prachtige belofte dat de doden toekomst hebben in Christus. Ook al weet ik niet helemaal wat ik mij bij lichamelijke opstanding moet voorstellen, troost het mij dat zij niet voorbij zijn, maar wachten op wat nog komt.
    En, om de legende, dat de opgestane mensen weer netjes in hun graf zijn gaan liggen totdat Jezus' was opgestaan, daar moest ik toch weer om glimlachen.
    Gezegend Pasen!

    BeantwoordenVerwijderen