woensdag 16 mei 2012

God is overwinnaar - Psalm 47


Jeruzalem, 1000 voor Christus. Het is feest in de stad. Het feest concentreert zich op een tent bovenin de stad van David. Voor die tent staan de levietenkoren te zingen: “God is koning van de hele aarde”.
Het is een belangrijk feest. Buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders zijn erop afgekomen. Niet zo gek. David is een factor om rekening mee te houden. Je kunt maar beter op goede voet met hem staan. Zijn koninkrijk is booming. Zijn directe vijanden zijn verslagen, zijn leger functioneert goed. Iets waar hij zijn God alle credits voor geeft.

Dit feest is dan ook ter ere van God. God die zijn woonplaats in Jeruzalem heeft betrokken en daar zijn troon heeft bestegen. Nog niet eens zo lang geleden. Het was David zelf die de stad heeft ingenomen. Het was David die de ark van God onder gejuich naar boven liet komen en  een ereplaats gaf in de stad. God zelf troont in Jeruzalem. Van daaruit regeert Hij. 

Ondertussen is deze God niet eenkennig. De volken worden uitgenodigd om mee te zingen en te klappen. Ook al horen ze het voor het eerst: God is ook hun koning en vraagt om hun erkenning. In de aanwezigheid van de buitenlandse vorsten zien de aanwezige Israëlieten iets van de beloften aan Abraham in vervulling gaan: “alle volken van de aarde zullen delen in de zegen die Ik aan jou schenk”.

Dat God koning is, spreekt niet vanzelf. Zo’n 800 jaar eerder was deze God klein begonnen als nomadengod. De God van één enkele familie, van Abraham. Niet minder dan 400 jaar verkeerde deze familie in slavernij in Egypte. Machteloos. Deze God leek niet meer dan een slavengod. Daarna trok deze God met zijn volk niet minder dan 40 jaar door de woestijn, in een tent. Geen vaste woon- of verblijfplaats voor deze God. Een woestijngod. Niet van groot belang in een tijd waarin de verschillende goden hun eigen territorium hadden.

Toch had deze God zich door de jaren heen doen kennen als een geducht God. Zijn macht tegenover de grote Farao was verrassend en ongekend. Hoe de God van de slaven het won van het machtige Egypte met de grote goden Amon en Aton. Daarna de wonderlijke verhalen over hoe deze God in de woestijn 40 jaren in staat was om voor zijn volk te zorgen. Om maar te zwijgen over de verovering van Kanaan. De machtige steden van de Kanaanieten waren voor deze God geen enkel probleem. Het gerucht van deze God verspreidde zich steeds verder.

Het heeft nog 200 jaar geduurd voordat deze God definitief als overwinnaar uit de bus kwam. Pas onder David zijn de Filistijnen op de knieën gedwongen. Pas onder David werd ook de bergvesting Jebus, Jeruzalem, veroverd. Pas onder David vond God zijn definitieve verblijfplaats op aarde. De Davidsstad. De plek die Hijzelf had uitgekozen. 800 jaar na het eerste begin is de tocht van deze God over de aarde tot rust gekomen in deze stad, van waaruit Hij regeert.

God heeft zich bewezen voor het oog van alle volken. Vooral tegenover zijn vijanden. En voor het oog van alle volken steeg Hij omhoog, de stad in. Onder luid gejubel en hoorngeschal. Een feest van jewelste. De vijanden verslagen, een eigen land voor zijn volk, vanaf nu een factor om rekening mee te houden. Op dit hoogtepunt krijgen de liederen van Israel iets heel triomfantelijks. Ze grijpen vooruit op iets wat nog nauwelijks zichtbaar is, maar wat ze wel verwachten. Gods koningschap over de hele aarde. “God is koning van heel de aarde”, zingen ze. Het wordt de aanwezige vorsten aangezegd. God is koning, zij zijn zijn schildwachten. Ook al weten ze het nog niet. Maar ze mogen al meedoen.

Niet veel later ontvangt deze God een huis. Een vaste plek waar de hemel de aarde raakt. Het binnentrekken van God in Jeruzalem en in de tempel is te zien als het binnentrekken van de hemel zelf. God die als strijder voor zijn volk uitging wordt als overwinnaar binnengehaald. Niet enkel in Jeruzalem, maar ook in de hemel. De God van de hemel is koning in Jeruzalem, zoveel is duidelijk geworden.

1000 jaar later. Jeruzalem, vrijwel dezelfde locatie. De tempel van Jeruzalem. Opnieuw gezang. Opnieuw is er een troon bestegen. Nu door de zoon van dezelfde God. Net als God zelf ging Hij eerst zijn verborgen gang in deze wereld. In de uithoek van het machtige Romeinse wereldrijk. Hij noemde zich de Zoon van God, de redder van zijn verdrukte volk. Hij werd niet zomaar geaccepteerd door zijn volk. Kort nadat Hij als overwinnaar was binnengehaald in Jeruzalem werd Hij door zijn volk gedood. Hij streed zijn eigen verborgen strijd in drie uur duisternis. Hij ging de strijd aan, tot in het dodenrijk toe. Hij vernietigde de machten die tegen Gods heerschappij in opstand kwamen, zonde, dood en hel. 

En nu is Hij opgestegen, naar het hemelse heiligdom. Om van daaruit heel de aarde te vullen met zijn koningschap. Feest! Om te zingen. Dat doen zijn leerlingen dan ook. In de tempel, want dat is de plek waar God op aarde woont.

Opnieuw worden de volken uitgenodigd mee te zingen. De boodschap van deze koning verspreidde zich razendsnel over de wereld.  Tot vandaag toe. Jezus is koning. Zing je mee?

Bij de preek die ik op hemelvaart 2012 houd/heb gehouden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten