vrijdag 21 december 2012

Protestantse bedrijfsblindheid als het gaat om Maria


Wij hebben best veel respect voor Maria, maar… Dit zinnetje is typerend voor hoe hedendaagse protestanten, mijzelf incluis, naar Maria kijken. Natuurlijk achten we haar hoog om haar geloof en het feit dat ze de moeder van Christus was, maar verder is onze houding min of meer onverschillig. Het is mij meerdere keren overkomen dat als ik Maria ergens ter sprake bracht er de volgende reactie kwam: “laten we het alsjeblieft gewoon over Jezus hebben, waarom al die aandacht voor Maria?” Zelf denk ik dat we met die opmerking Maria te kort doen. Ik denk zelfs dat er enige bedrijfsblindheid is bij protestanten. Vanwege afkeer van wat we ervaren als obscure Mariadogma’s als haar onbevlekte ontvangenis en de Maria tenhemelopneming lukt het ons niet meer om de bijbel op het punt van Maria onbevangen te lezen. Terwijl we als protestanten toch zweren bij het sola scriptura.

Laat ik een voorbeeld geven. In Lucas 1:30 zegt Gabriel dat Maria ‘genade gevonden heeft bij God’. De handvol protestantse bijbelverklaringen die ik in mijn kast heb staan weten hier wel raad mee. Het gaat hier, volgens hen, om de vrije onverdiende genade waarmee God Maria uitkiest om de moeder van Christus te worden. Maar staat dat er echt? Ik denk dat er hier een paar factoren zijn die ons verhinderen om deze tekst onbevangen te lezen. Een afkeer van Mariaverheerlijking en een afkeer van verdienstelijkheid van goede werken.

Laten we eens kijken naar de uitdrukking “genade vinden bij”. Dat is een uitdrukking die in het Oude Testament veel voorkomt. Deze uitdrukking betekent in het dagelijks taalgebruik dat iemand je goed gezind is. Zo vond Jozef genade in de ogen van Potifar, dat wil zeggen: Potifar was hem goedgezind (Gen. 39:4). Dat had een reden, want Jozef maakte verschil in zijn huishouden. Een ander voorbeeld is Noach die bij de HEER genade vond (Gen. 6:8). Ook dat had een reden: Noach was onberispelijk en wandelde met God. God koos Noach niet zomaar random uit, maar Noach werd gekozen omdat Hij rechtvaardig was.

Als we met deze gegevens naar Lucas 1 toegaan dan is de bedoeling van vers 30 dat de persoon van Maria Gods goedgezindheid oproept. Als parallel kun je hier Daniel 9:23 lezen waar de engel tegen Daniel zegt dat hij Gods boodschap ontvangt omdat hij zeer geliefd is. Sterker nog, het feit dat Maria Gods goedgezindheid opwekt, zorgt ervoor dat zij de grote belofte kan ontvangen.

Let wel, we bevinden ons hier niet in de sfeer van verdienstelijkheid vanwege goede werken, alsof Maria het vanwege haar daden verdiende om Moeder Gods te worden, maar we bevinden ons in de sfeer van de sympathie. Uit het vervolg blijkt dat Maria een diepgelovig meisje is dat God onmiddellijk wil gehoorzamen. Eigenschappen die Gods sympathie opwekken. Gabriel was niet op een zoektocht naar de eerste de beste vrouw die ‘ja’ zou zeggen op zijn immense voorstel, maar hij was rechtstreeks op weg gestuurd naar Maria. Gods genade had deze jonge vrouw al voorbereid op haar hoge taak. De aanspraak van Maria met ‘begenadigde’ duidt niet enkel op de belofte die volgt maar vooral op wie ze al is: een vrouw die door God begenadigd is en daarom bij God in de gunst staat. Begenadigde, dat is haar naam.

Dat hoeft niet op gespannen voet te staan met de leer van de rechtvaardiging door het geloof. Maria kwam in de gunst bij God door haar geloof dat door de liefde werkte (Gal. 5:6). Net als bij Abraham zorgde haar geloof ervoor dat ze in de ogen van God rechtvaardig was. Abraham is de vader van allen die geloven (Romeinen 4), Maria de moeder (Openbaring 12:17).

Maria roept Gods sympathie op. Dat is voor Maria niet iets om in te roemen. Maar wel om dankbaar te noteren. “God heeft mij gezien”, roept ze uit: “vanaf nu zullen alle generaties mij zalig prijzen”. En Elisabeth noemt haar de meest gezegende van alle vrouwen.

Best veel respect voor Maria, maar… Een houding waarmee we Maria tekort doen. Als begenadigde en uitverkorene van God is zij een vrouw op eenzame hoogte. Een vrouw die we als gelovigen als moeder mogen zien.

En Jezus dan? Zijn verhaal moet verteld worden. Telkens weer. Maar wel vanaf het begin. Gods zoon is niet rechtstreeks onze werkelijkheid binnengekomen. God betrok een mens in de verlossing. Hij maakte die wonderlijke bocht door een vrouw voor te bereiden en via haar mens te worden. Hij maakte zich zelfs afhankelijk van het ‘ja’ van deze gelovige vrouw. Lucas 1 en 2 staan vol met onberispelijke mensen die de Heer verwachten. Dat we vanuit een te massieve zondenleer het oudtestamentische spreken over rechtvaardige mensen niet meer verstaan is een probleem van ons, niet van de Bijbel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten