dinsdag 8 oktober 2013

Evangelie en navolging - reactie op Gert van den Brink

Evangelie is primair de aankondiging dat Jezus voor onze zonden gestorven is, zo is de bijdrage van Gert van den Brink in Gulliver afgelopen vrijdag samen te vatten. Hoewel ik zijn intentie kan delen: de volle aandacht voor de geschonken redding, vliegt zijn interpretatie van het evangelie toch uit de bocht.

Evangelie is in de bijbel primair een aankondiging van Gods koningschap. In Jesaja zien we tot drie keer toe een vreugdebode met als centrale boodschap: “God is koning”. Jezus’ eigen verkondiging is door deze teksten geïnspireerd. Marcus vat zijn boodschap samen met de woorden: “het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws (evangelie)”. God is koning = de goede boodschap. Bij Paulus, die schrijft na de dood en opstanding van Jezus Christus, krijgt deze uitspraak een enigszins andere kleur die toch hetzelfde betekent: “Jezus is Heer”. Heer is in dit geval een koninklijke titel. Met name in de Romeinenbrief maakt Paulus van deze belijdenis de weg naar redding (10:9).

Vanuit de culturele context van de gemeente in Rome wordt de reikwijdte van die uitspraak duidelijk. Als er in het Romeinse rijk een nieuwe keizer op de troon kwam, dan volgde door het hele rijk een evangelieboodschap waarin de nieuwe keizer werd aangekondigd. De keizer werd in zo’n boodschap rustig Heer en redder van de wereld genoemd. Van burgers werd gevraagd te reageren met gebeden en het geven van belasting. Vanuit de aankondiging van het evangelie van de keizer volgt dus een claim op het leven.
Als Romeinse christenen met het evangelie van Christus geconfronteerd werden dan stelde dat hen voor de keus: Jezus is Heer, of de keizer. Jezus legt beslag op mijn leven, of de keizer. Een risicovolle keuze, die men op den duur met de dood moest bekopen.

Met de bekendmaking van het koningschap van God, of het Heer-zijn van Jezus, is dus onlosmakelijk de claim van navolging verbonden. Vandaar dat Jezus in zijn eigen verkondiging zegt: “kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws”.

Het evangelie van Marcus is volgens de traditie geschreven aan christenen te Rome. Het is boeiend om te zien dat juist dit evangelie in vers 1 direct begint met: “begin van het evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God”. De bedoeling is duidelijk: dit boek gaat over de echte Heer van de wereld. Vervolgens zien we Jezus 8 hoofdstukken lang weldoen, hij brengt zijn boodschap met gezag omdat hij die brengt in Woord en Daad. In hoofdstuk 8 stelt dan hij de vraag aan zijn leerlingen: “wie ben ik volgens jullie?” Petrus antwoordt: “U bent de messias”, een koninklijke titel. Dan legt Jezus uit dat hij messias is in de weg van dood en opstanding en dat dat voor zijn directe volgelingen lijden gaat betekenen. De uitspraak van Petrus: “U bent de messias”, heeft dus direct grote gevolgen voor hemzelf.

De aankondiging van de vergeving van de zonden, die inderdaad deel uitmaakt van het evangelie, is onlosmakelijk verbonden met de oproep tot navolging. Gereformeerd gezegd: rechtvaardiging en heiliging zijn niet los verkrijgbaar.

Door niet het koninkrijk van God maar de vergeving van zonden als centrale boodschap van het evangelie te nemen, maakt Van den Brink van het evangelie uiteindelijk iets tussen God en de enkeling alleen. Vandaar dat hij in het slot van zijn essay de kunstgreep van de slechte boodschap nodig heeft. Hij heeft het evangelie losgemaakt van de concreetheid die het in de eerste eeuw had, en kan daarom niet anders dan via een abstracte voorboodschap van zonde en verlorenheid het evangelie relevant maken voor mensen vandaag. En dat is jammer.

Het evangelie zegt: Jezus is Heer, kijk maar: Hij is uit de dood opgestaan en heeft alle macht (Rom. 1:4!). Laten we met die claim onze tijd eens bekijken. Wat zijn de tegenmachten tegen Jezus vandaag? Welke machten beheersen de levens van mensen die onze bewogenheid niet nodig hebben omdat ze het goed hebben? Met die vraag wordt het mogelijk om de concrete zonde en opstand van de mens vandaag aan het licht te brengen. Een van die machten van onze tijd is ongetwijfeld de Mammon, onze portemonnee en het bijbehorende egoïsme. Op wereldschaal gezien de ideologie van het kapitalisme dat voor miljoenen mensen een leven in armoede betekent. Juist de strijd tegen onrecht en armoede houdt direct verband met het hart van het evangelie. Voor Paulus was de vergeving van de zonden zeer belangrijk. Maar in 1 Korinte 11 laat hij zien dat het onmogelijk is om de maaltijd van de Heer te vieren en tegelijk aan de armen voorbij te leven. 

Als we de machten van onze tijd concreet weten te benoemen is het eerst brengen van een abstracte slechte boodschap niet meer nodig. Op die manier wordt het evangelie voor mensen van onze tijd geen abstract verhaal, maar een echte goede, bevrijdende boodschap.

Een kortere versie verscheen in het Nederlands Dagblad van 8 oktober

1 opmerking:

  1. Waar lees ik het artikel van Gert van den Brink terug om je blog beter te kunnen begrijpen?

    Ook: het is nogal een heftig onderwerp omdat het hier over het centrum van ons geloof gaat. Hoe is jouw definitie van het evangelie uit de hierboven beschreven tekst eenvoudig te definiëren?

    BeantwoordenVerwijderen