maandag 6 januari 2014

De God van het ijs

Blog naar aanleiding van de EO documentaire Zwart ijs.

Een blik door het raam: een strakblauwe lucht, een oude man op een slootje, hij voelt of het ijs stevig is en maakt voorzichtig een schaatsbeweging. Dit beeld van de oude Klompmaker is bij me blijven hangen. Volmaakt gelukkig op een bevroren sloot. Een natuurmens. Aan zijn geloof kan hij nauwelijks woorden geven. Maar hij beleeft het op het ijs. Dat zie je. Het is een impliciet geloof, verbonden met de schepping. Zoon André weet er meer woorden aan te geven: “je voelt je één met Gods schepping, en kunt alleen maar zeggen: dank u wel Heer.” Zijn ogen stralen als hij het uitspreekt.

Mijn God is voor mijzelf heel sterk verbonden met die smalle strook land langs het Veluwemeer. Het is voor mij een “dunne plek” geworden. Een plek waar ik zijn aanwezigheid ervaar. Als jongen zwierf ik er in de winter over slootjes. Soms met vrienden, soms alleen. Aan het geluksgevoel kan ik niet veel woorden geven.
Later, in mijn vroege twintiger jaren, heb ik er vaak gelopen. God was er vrijwel altijd. Meestal niet zo heel nadrukkelijk aanwezig, een beetje impliciet. Soms heel expliciet. Als ik er nu terugkom dan kom ik thuis. God is daar meer aanwezig dan hier. Voor mij dan.

Geloven op de Veluwe heeft vanouds een ingetogen en vaak uitgesproken sombere ondertoon: “als je niet uutverkoor’n bint, dan kom je in de hel, en doar bin’k bange veur”, hoor ik de oude Klompenmaker zeggen: “Kon je ’t maar kopen, of d’r veur wark’n”. In alle toonaarden heb ik het gehoord in mijn jeugd. En het zit ook in mijn systeem. De sombere ondertoon is vervaagd. Maar nog niet weg. Nog niet…

René Ruitenberg heeft het achter zich gelaten. Hij heeft zich bekeerd tot een explicietere vorm van geloven. Blijer en vrolijker ook. Ergens ervoer ik dat tijdens het kijken als een bevrijding. Het kan dus. Tegelijk lukte het Ruitenberg niet om mij werkelijk te raken. Waar dat precies aan ligt? Is het de winnaarsmentaliteit die hij meegenomen heeft in zijn nieuwe manier van geloven? Zoals Geert-Jan van der Wal het raak typeert: “het is haast een soort van businessmodel die iemand bedacht heeft, een beetje een feel-good story ook”. Zou het komen omdat ik meer heb met verliezers dan met winnaars? Zoals met André Klompmaker die in het rijtje helden van zijn zoon pas na René Ruitenberg wordt genoemd. Of is het dat zijn nieuwe manier van geloven los lijkt te staan van het echte leven van een schaatser? Een gevoel bij mij waar zelfs de metafoor van “natuurijschristen” niets aan kan veranderen. Ik weet het niet precies.

Het herinnert me in elk geval aan mijn eigen gevoel van ontworteling sinds ik weg ben van de Veluwe. Het verlaten van mijn geboortegrond heeft mijn geloof veranderd. Een impliciet geloof kan in Noord-Holland nauwelijks. Daarvoor is het ongeloof hier te expliciet. Het heeft me teruggeworpen op de Bijbel. Ik ben me meer gaan concentreren op Jezus van Nazareth. Geloven is nadrukkelijker een keuze geworden die ik steeds weer moet maken. Mijn geloof is explicieter christelijk geworden, en tegelijk ben ik minder religieus dan vroeger. Het vanzelfsprekende van het geloof is verdwenen.

De God die ik op de Veluwe leerde kennen lijkt soms wel een andere dan die ik nu ken. De God van de blauwe lucht en het ijs komt dichtbij zonder zich op te dringen. Die Is er, en spreekt soms wel, maar soms ook niet. Een keuze maken is niet zo hard nodig. Daarvoor is zijn aanwezigheid te vanzelfsprekend.

De God uit de kerk van mijn jeugd was een God om somber van te worden. De God die ik buiten tegenkwam was een andere, een vertrouwde. De vraag voor mij is: kan het zijn dat de God van het ijs dezelfde is als de Vader van onze Here Jezus Christus? Ik hoop het, voor mijzelf, maar ook voor de oude Klompmaker. 

1 opmerking:

  1. Ik herken ook dat in verschillende fases van mijn leven je een ander beeld van God kunt hebben.
    Die fases komen op sommige momenten ook weer terug. Sommige dagen diep ontzag voor de Almachtige Schepper, dan weer heel geborgen onder Zijn vleugels, dan hopeloos twijfelend kloppend op een koperen hemel, dan sprakeloos door zijn wonderlijke schepping, dan weer heel klein angstig soms door mijn ontrouw naar Hem, vervolgens weer vol van De Geest dankbaar voor Zijn genade met het vertrouwen dat ik door Hem bergen mag verzetten.. om later weer een treurpsalm in te zetten... enz enz Dit kan natuurlijk met mijn karakter te maken hebben...
    Naar buiten gaan helpt mij in ieder geval wel om dat impliciete te pakken. Helpt het jou niet om in Noord Holland de natuur in te gaan of aan het strand te staan? God is dezelfde volgens mij en God zegt zelf "Ik Ben" We nemen nog maar een fractie van Hem waar in Zijn schepping en in De Boeken en in een ander mens. We lijken op God maar ik ervaar dat ik niet zo constant dezelfde ben als Hem. De omstandigheden en het nieuws wegen altijd mee. Ik herken me namelijk ook niet in de feel-goodstory

    BeantwoordenVerwijderen