donderdag 14 april 2016

Pas als alle volken het evangelie gehoord hebben... - reactie op reacties (4)

Het verkondigen van het evangelie aan alle volkeren wordt heel vaak genoemd als een teken van de eindtijd. Er zijn zelfs zendingsorganisaties die vanuit die visie hun werk doen. Nu heb ik daar op zich niet zoveel op tegen. Het overal verkondigen dat Jezus Heer is lijkt me dichter bij de kerntaak van de christenheid te liggen (Mat. 28:18) dan het laten emigreren van Joden naar Israël. Ook Henk Poot en Willem Glashouwer noemen de evangelieverkondiging aan alle volken als teken van de naderende komst van Jezus. Als kroongetuige voor deze visie dient Matteus 24:14:
Als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.   

Geen tweefasenplan

Glashouwer werkt in zijn artikel vanuit de volgorde: eerst het heil naar de heidenen, daarna heerlijkheid voor het volk van Israël. Matteus 24:14 legt dat verband niet. Het evangelie van het koninkrijk gaat naar alle volken, en dan komt het einde. Punt.

Geen geestelijk evangelie, maar het evangelie van het koninkrijk

Wat opvalt in de bijdragen van Glashouwer en Poot is dat ze Matteus 24:14 niet correct citeren. Ze noemen alleen het evangelie, maar ze missen het cruciale stukje ‘van het koninkrijk’. Bewust of onbewust wekken ze daarmee de indruk dat het evangelie alleen gaat over het offer van Jezus en vergeving van zonden. Dat is voor de heidenen. En dan vervolgens komt het koninkrijk, en dat is voor Israël.

Maar Matteus, en Marcus, en Lucas, en Johannes kennen geen ander evangelie dan het evangelie van het koninkrijk van God. Er is maar één evangelie: het evangelie van het koninkrijk.

Als wij ‘evangelie’ horen, dan denken we te snel aan ‘vergeving van zonden door het bloed van Christus’. En hoewel die boodschap een onderdeel van het evangelie is, is dat niet het hele evangelie. Het woord ‘evangelie’ functioneerde in de Romeinse tijd als technische term voor een rijksbreed bericht als de keizer jarig was, een veldslag had gewonnen, of een troonopvolger had gekregen. Maar er klinkt meer in het woord mee. In het tweede deel van Jesaja horen we een paar keer over de vreugdebode die de vervallen stad Jeruzalem aankondigt: “Je God is koning, hij keert terug naar Sion!” (Jes. 52:7). In de Griekse vertaling van het OT staat daar het woord ‘evangelie’.

Als Marcus zijn boek begint met “begin van het evangelie van Jezus de Messias, zoon van God”, dan is dus duidelijk hoe we dat moeten verstaan, namelijk als: hier volgt de aankondiging hoe God in zijn Messias koning van zijn volk wordt. De evangelisten vatten de boodschap van Jezus dan ook samen met: “de tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en geloof dit evangelie” (Mar. 1:15).

En de evangeliën vertellen inderdaad hoe Jezus koning wordt van zijn volk. Dat de leidende klasse van Israël dat vervolgens niet erkent leidt ertoe dat Jezus zegt: “het koninkrijk van God zal u worden ontnomen en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen” (Matt. 22:43). Maar daarmee blijft het wel het koninkrijk van God, dat bedoeld is als koninkrijk voor Israël, dat gegeven wordt aan de tollenaars, de hoeren en uiteindelijk aan de heidenen. En dát is het koninkrijk waarover Jezus na zijn opstanding zijn leerlingen onderwijst (Hand. 1:3) en waarover Paulus in het slotvers van Handelingen (28:31) vrijmoedig spreekt in het centrum van de toenmalige wereld: Rome.

Er is geen ander evangelie, en er is geen ander koninkrijk dan het evangelie van dit koninkrijk. Als je het één van het ander losmaakt, zoals Poot en Glashouwer doen, dan wordt het evangelie te geestelijk en het koninkrijk te aards. Door dit over het hoofd te zien komt Glashouwer tot de merkwaardige opmerking dat Jezus in de 40 dagen na zijn opstanding blijkbaar de leerlingen onderwijst over het koninkrijk Israël (Hand. 1:3,6), en ze dan vervolgens wegstuurt om een heel andere boodschap de wereld in te sturen.

Jeruzalem valt, maar vreugdeboodschap van het koninkrijk klinkt wereldwijd

Gisteren schreef ik dat het er in Matteus 24 om gaat wie er door God in het gelijk wordt gesteld: de Messias Jezus of het opstandige Jeruzalem. Matteus 24:14 vervult een rol in dat drama. De stad Jeruzalem valt, maar niet voordat de hele wereld heeft gehoord dat Jezus de Messias is, de ware koning. En, in het kielzog daarvan: niet voordat in de hele wereld is uitgeroepen dat de God van Israël de enige ware God is. Gods Koninkrijk wordt door Paulus vrijmoedig verkondigd in het hart van het keizerrijk, Rome (Hand. 28:31), en enige jaren later valt Jeruzalem.

Is Rome dan de hele wereld?

Ik heb me over Matteus 24:14 altijd twee dingen afgevraagd: 1) Voorzag Jezus hier ook al de zending onder – om maar wat te noemen – de Indianen in Noord Amerika, en de aboriginals in Australië? 2) Zo ja, hoe kan Hij dan beweren dat dat allemaal gebeurt binnen één generatie? (Mat. 24:34).

Bij nauwkeurig lezen blijkt het in deze tekst om wat anders te gaan. Het woord dat Jezus voor wereld gebruikt is niet ge (aarde), of kosmos (wereld), maar oikumene. Dat woord kan duiden op de hele bewoonde wereld, maar ook op het Romeinse Rijk. Zoals bijvoorbeeld in Lucas 2:1 aan de orde is als Augustus de hele wereld zich in laat schrijven. Volgens mij zegt Jezus dus dat het evangelie van het koninkrijk rijksbreed wordt verkondigd, op zo’n manier dat alle volkeren ervan gehoord zullen hebben, voordat het einde van Jeruzalem komt. Want het einde van Jeruzalem, dat is waar Jezus in dit hoofdstuk over spreekt (vers 1-2). Voor de Joden van die dagen was het einde van Jeruzalem hetzelfde als het einde van alles. Het einde van een tijdperk. En dat is precies waar dit hoofdstuk over gaat. Het einde van het ene tijdperk, en het begin van het andere. Want terwijl het tijdperk van het corrupte tempelsysteem voorbij is, begint het tijdperk van de Mensenzoon. Zijn naam zal overal op aarde worden uitgeroepen.
de hele oikumene, met Rome in het middelpunt

Ja, Rome is de hele wereld.

In Handelingen 17 gebeurt iets buitengewoon boeiends. Paulus wordt daar in een volksgericht beschuldigd van het volgende:
De mensen die in het hele rijk (oikumene) de orde verstoren, zijn nu ook hier gekomen. Allemaal overtreden ze de verordeningen van de keizer door te beweren dat iemand anders koning is, namelijk Jezus!
Hier hebben we het allemaal bij elkaar: de rijksbrede verkondiging van het evangelie van het koninkrijk. En de politieke manier waarop dat (terecht) is opgevat. Hieruit blijkt dat de apostelen geen geestelijk hemels koninkrijk verkondigden, maar een koninkrijk dat voor deze wereld bedoeld is. Of beter: een Koning die voor deze wereld bedoeld is. Want als je deze Koning dient dan heeft dat effect op je leven in deze wereld. Eén van de effecten is dat je de Keizer niet meer als hoogste autoriteit kunt zien. En daar zijn de Keizers van deze wereld bang voor. 

Dus ja, Rome is de hele wereld. Of beter: het einde van de wereld. Op dit punt heeft het Bijbelboek Handelingen een heerlijk ironische kop en staart. De Romeinen zagen hun stad uiteraard als het midden van de wereld. In Handelingen 1:8 krijgen de leerlingen de opdracht om het evangelie te verkondigen in Jeruzalem, Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde. En dat is waar we Paulus in het slot van Handelingen vinden. Aan het uiteinde van de aarde, Rome. Een subtiele manier om het arrogante Rome op haar plaats te zetten. 

(Volgens mij heb ik alle relevante dingen nu wel gehad. Maar als ik dingen over het hoofd zie, vraag me gerust, en ik zal antwoorden :-))

1 opmerking:

  1. Wat ook relevant is voor deze blogpost is wat Paulus zegt in Kolossenzen 1:6 (HSV): "[Het Evangelie] is naar u toe gekomen zoals ook in de hele wereld." Ook in Kolossenzen 1:23 (HSV) zegt Paulus wat relevants m.b.t. Matt. 24: "Het Evangelie, dat u gehoord hebt, dat gepredikt is in de hele schepping die onder de hemel is, waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben." In 1:6 gebruikt Paulus zelfs het woord 'kosmos'.

    Dit lijkt dus op het eerste gezicht een zeer sterke vervulling van Mat.24:14.

    Mensen die geloven in een toekomstige vervulling van Mat. 24. kunnen op drie manieren ontsnappen aan de zojuist genoemde verzen:

    1. Er klopt iets niet met de vertaling. (Hoewel de meeste vertalingen een soortgelijke vertaling geven.)
    2. Paulus' (geografisch) wereldbeeld was incorrect. Bijvoorbeeld dat hij dacht dat de aarde plat was en dat het Romeinse rijk zo'n beetje alles was wat er bestond.
    3. Paulus bleek het fout te hebben. Hij had wellicht verkeerde verwachtingen over Jezus' terugkeer. Hij dacht bijvoorbeeld ook dat Jezus terug zou keren terwijl hij nog in leven was (1 Thes. 4:15; 1 Kor. 15:51). Dus een wederkomst in zijn generatie.

    Als vierde optie zou men kunnen zeggen dat Paulus' woorden niet letterlijk genomen moeten worden, maar eerder als een hyperbool. In dat geval lijkt Mat. 24:14 echter alsnog vervuld te kunnen worden met de hyperbolen van Paulus.

    Misschien zou de auteur van deze blog willen reageren op punt 3. Had Paulus echt de - achteraf gezien verkeerde - verwachting dat Jezus fysiek terug zou keren in zijn generatie? Ik heb daar persoonlijk nog geen goed antwoord op kunnen vinden.

    Groeten,
    Bas

    BeantwoordenVerwijderen