maandag 28 november 2016

Eenheid: waarom principieel en pragmatisch soms niet samengaan

Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft (Efeze 4:3)

Afgelopen week nam de Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken het besluit dat niet-christelijk-gereformeerde-ambtsdragers naar de classis afgevaardigd mogen worden, maar zonder stemrecht. Een voorstel waarin geprobeerd is tegelijk 'principieel en pragmatisch' te denken.

De principiële lijn is: Een classis is een vergadering van plaatselijke kerken, een ambtsdrager is ambtsdrager van een plaatselijke kerk en wordt namens een kerk met last en macht afgevaardigd naar een classis. Een plaatselijke kerk, ook als samenwerkingsgemeente, is principieel één kerk, en kan dus principieel zijn ambtsdragers afvaardigen naar een classis. Ongeacht het oorspronkelijke kerkverband van die ambtsdrager.

De pragmatische lijn is: sommige kerken en personen in ons kerkverband hebben veel moeite met de NGK en GKV, ze maken zich zorgen over de ontwikkeling in die kerken. Zij worden er onrustig van als ambtsdragers van deze kerken mogelijk iets te zeggen krijgen in onze vergaderingen.

Dat resulteert in het besluit: afvaardigen ja, maar dan zonder last en macht. Iets wat bij mijn weten ook nu al mogelijk was, dus wat er precies nieuw aan is, is mij onduidelijk.

Rondom het besluit wordt volmondig beaamd dat het een verlegenheidsbesluit is. Woorden als ‘gebrokenheid’ en ‘spagaat’ worden in de mond genomen.

Hoe kan het dat dit besluit dan zo genomen is? Ik zie twee mogelijkheden.
  1. De meerderheid van de synode heeft moeite met GKV- en NGK-ambtsdragers op de CGK-classis. Dit lijkt me sterk, want rondom dit besluit hangt wel een sfeer van: in de toekomst komt er mogelijk meer ruimte. En er wordt ook niet opgeroepen om de samenwerkingsgemeenten weer te ontmantelen.
  2. De meerderheid van de synode houdt rekening met de moeite en gewetensnood van de minderheid. Op zich een christelijke houding (Fil. 2:4). Dit lijkt mij de achtergrond van het besluit.
Het besluit kun je dus zien als het meebuigen met gewetensnood van een deel van de kerken tegen iets dat principieel juist is.

En dan zie ik een probleem. Er ontstaat namelijk, door dit besluit, ook gewetensnood bij de samenwerkingsgemeenten (plaatselijke kerken). Hun ambten worden in dit besluit niet ten volle erkend. En dat is niet alles. Uiteindelijk gaat het erom dat sommige leden van zo’n samenwerkingsgemeente door één van beide kerkverbanden niet ‘ten volle’ als broeders en zusters erkend worden. En daar zit hem het punt waarop de gewetensnood in deze gemeenten een zeer principiële kleur krijgt. Er wordt niet voldaan aan het Bijbelse gebod om elkaar te aanvaarden zoals Christus u heeft aanvaard (Rom. 15:7). Het is een aanvaarding tot op zekere hoogte. En Christus aanvaardt ons niet tot op zekere hoogte.  

Kortom: de synode kiest dus voor het meebuigen met broeders en zusters met gewetensbezwaren tegen iets dat principieel juist is, ten koste van broeders en zusters die gewetensbezwaren hebben tegen iets dat principieel onjuist is.

Nergens in het Nieuwe Testament waar broeders en zusters elkaar niet volledig aanvaarden als broeders en zusters wordt er gekozen voor een lijn die tegelijk ‘pragmatisch en principieel’ is. De oproep tot een aanvaardende eenheid mét consequenties daaraan verbonden klinkt door alle brieven van Paulus heen. Het Nieuwe Testament is diep doordrongen van het feit dat kerkelijke eenheid niet een van de opties is, maar behoort tot het hart van het kerk-zijn. Op het moment dat je van het brood eet word je één met het hele katholieke lichaam van Christus. En Hij heeft maar één lichaam (1 Kor. 10:16-17). Ongeacht wat jouw persoonlijke smaak of voorkeur over sommige van die lichaamsdelen is. Alleen vanuit dat diepe besef mag er over kerkelijke eenheid gesproken, gedacht en gebeden worden. Ook door mij.

En anders?

Anders is het de grote vraag of we bij het eten en drinken wel beseffen dat het om het lichaam van de Heer gaat (1 Kor. 11:29).


P.S. over de principieel kerkrechtelijke achtergrond zie deze blog

10 opmerkingen:

  1. Zou het niet goed zijn om - alvorens deze blog op internet te plaatsen - eerst eens uit te zoeken, hoe het komt dat een deel van de CGK moeite heeft om GKv en NGK als geestelijke broeders en zusters te accepteren? Of is het stellen van die vraag al fout?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. De vraag moet dan wel precieser worden geformuleerd: hoe komt het dat een deel van de CGK moeite heeft om GKv en NGK -met wie een ander deel van de CGK als één gemeente samenleeft- als geestelijke broeders en zusters te accepteren?

      Verwijderen
  2. Beste Wim, was het maar zo eenvoudig dat dé principiële lijn tegenover dé pragmatische lijn stond. Er zijn inmiddels velen die aan deze beeldvorming meewerken. Het probleem is echter dat er twee (principiële) lijnen van synodebesluiten zijn, en dat de synode heeft geprobeerd om die beide lijnen zo veel mogelijk recht te doen. Of dat geslaagd is, is een ander verhaal, maar het is pertinent onjuist om de ene lijn als principieel te betitelen en de andere als pragmatisch af te doen. Met dergelijke framing komen we niet verder, nog afgezien van het vocabulaire van 'heersen', 'kerkpolitiek' en dergelijke dat in deze discussie op internet te vinden is.

    Ter adstructie een citaat uit de synode-acta van 2013, p. 598 (zie ook p. 253): "Kerkordelijk tekenen zich twee lijnen af nl.: de lijn van het volwaardig deel uitmaken van de niet-christelijk-gereformeerde ambtsdrager van de kerkenraad van de samenwerkingsgemeente, waardoor afvaardiging met last en volmacht kerkordelijk mogelijk is, én de lijn van de besluiten van de laatstgehouden synoden, die aangeeft dat de samenwerking als zuiver plaatselijk gezien moet worden. Er ligt een geschiedenis van synodebesluiten, waar we niet om heen kunnen.
    Deze twee lijnen zijn beide verdedigbaar. Hetzij deputaten eenheid voorstellen om niet-christelijkgereformeerde ambtsdragers wel af te vaardigen, hetzij ze besluiten dat niet te doen, het is beide kerkrechtelijk in te bedden."

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ha Arnold,
      Ik doe zelf niet aan die framing (althans, ik heb het niet bedacht), maar haalde het uit het verslag van de zitting van vorige week. Inclusief voorstanders van het huidige besluit die aangeven er niet gelukkig mee te zijn en die termen als 'gebrokenheid' in de mond nemen.
      Reactie op de acta: Kan het ook zijn dat laatstgehouden synoden kerkrechtelijk dwaalden door een samenwerking als 'zuiver' plaatselijk te typeren? En dat de deputaten eenheid én kerkrecht hebben uitgevogeld wat de principiële kerkelijke lijn nu werkelijk is?

      Verwijderen
    2. Ik bedoel: pragmatisch en principieel als twee lijnen, dat is toch wat de commissie zelf aan woorden in de mond neemt?

      Verwijderen
    3. Dag Arnold, het klopt dat er zich, ook 3 jaar geleden al, twee lijnen aftekenden, die van het principieel kerkordelijk alles te zeggen zijn voor afvaardiging met last en macht, én die van de synodebesluiten van de laatste jaren die eenheid als 'zuiver' plaatselijk accentueerden - maar dat op zich maakt die laatste lijn nog niet persé tot een principiële lijn he? althans.. het is maar wat je onder dat woord verstaat.. de Bijbelse en kerkrechtelijke onderbouwing is er wel moeilijk bij te geven. Het citaat dat je geeft stond, iig in het deputatenrapport, wel in een bijzonder kader: het was het antwoord op de vraag, aan deputaten kerkrecht gesteld: is het kerkordelijk mogelijk één en ander in te passen? antwoord: ja, wat de synode ook besluit, voor beide uitkomsten zijn kerkordelijke regelingen te maken, beide is kerkordelijk in te passen.. da's nog wat anders dan dat beide even goed bij de uitgangspunten van het gereformeerd kerkrecht zouden passen. Maar ik geef je toe: er is méér aan de hand dan kiezen voor een praktische oplossing, of een principiële.. ik denk dat het belangrijk is om steeds in het oog te houden (en elkaar daarover in de ogen te durven kijken) waar onze principiële overtuigingen vandaan komen, en waar ze uiteindelijk aan te toetsen zijn.. daarom ben ik toch wel blij met de blog van Wim, ik denk dat hij dát, terecht, naar voren haalde.

      Verwijderen
  3. Ik kan me voorstellen dat het verslag je op deze gedachte brengt. Ik was ook niet aanwezig bij de bespreking op de synode. Maar zie het Besluitenboekje van 2013, p. 76v:

    is van oordeel
    1. dat deputaten voor de eenheid van de gereformeerde belijders in Nederland aan hun
    opdracht hebben voldaan om in samenwerking met deputaten kerkorde en kerkrecht te
    onderzoeken of en hoe het **principieel** en kerkrechtelijk mogelijk is om niet-christelijkgereformeerde
    ambtsdragers van samenwerkingsgemeenten af te vaardigen naar de
    classisvergaderingen;
    2. dat het **principieel** en kerkordelijk mogelijk is niet-christelijk-gereformeerde
    ambtsdragers van samenwerkingsgemeenten af te vaardigen naar classisvergaderingen;
    3. dat het op dit moment niet wenselijk is de grens die eerdere synodes hebben getrokken
    bij het plaatselijk en voorlopige karakter van samenwerking tussen kerken, te
    verschuiven, vanwege:
    a. de reeds langer bestaande moeite met de doorwerking van de samenwerking op
    bovenplaatselijk vlak, welke onder andere blijkt uit het nog niet invoeren van het
    federatief groeimodel;
    b. de ontwikkelingen in kerken waarmee wordt samengesproken en/of samengewerkt;
    c. het **principe** dat ook de eenheid in eigen kerkverband in het oog moet worden
    gehouden;
    4. dat, als besloten wordt om voort te gaan op de weg naar eenheid met andere kerken
    volgens de principiële lijn die deputaten met recht volgen (in concreto het afvaardigen
    van niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers naar de classisvergadering), er een
    botsing ontstaat met een **ander principe**, namelijk het bevorderen van de eenheid in
    eigen kerkverband;
    5. dat forceren van een besluit in de ene of andere richting betekent dat vooruit wordt
    gelopen op de uitkomst van de bezinning op de verhouding tussen enerzijds het zoeken
    naar eenheid met andere kerken van gereformeerd belijden en overige bredere kerkelijke
    contacten, en anderzijds de eenheid binnen eigen kerken (zie genomen besluit bij
    rapport 1a van commissie 4), en dat een besluit als bovengenoemd contraproductief
    zou werken met betrekking tot de eenheid;
    6. dat het overigens wel wenselijk is rekening te houden met samenwerkingsgemeenten
    die geen volledige christelijk-gereformeerde afvaardiging kunnen samenstellen;

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Arnold, hoe we het ook wenden of keren, de kerkelijke ellende zit in het zinnetje "dat ...er een
      botsing ontstaat met een **ander principe**, namelijk het bevorderen van de eenheid in
      eigen kerkverband". Dat andere principe is ongedefinieerd, ongekaderd. Toch heb ik het vermoeden, dat iedereen weet waar dat **andere principe** om draait. Het draait om eigen wegen, tradities, gewoontes, kleur, ligging en al die andere dingen, die in het licht van de ene Christus een onderlinge verrijking zouden moeten zijn, maar kerkelijk vaak niet mogen bestaan. De pijn zit dan ook in het kerkelijk plaats geven aan dat **andere principe**, dat in de Geest van Christus juist geen plaats zou mogen hebben. Dat is een pijnlijke opmerking, maar uiteindelijk komt het neer op de vraag welke "kerkelijke eenheid" we eigenlijk aan het bevorderen zijn.

      Verwijderen
    2. Naar het mij voorkomt, impliceert classicale goedkeuring van aangaan van samenwerking in een samenwerkingsgemeente bovenlokale aanvaarding van elkaar in Christus. Wim is m.i. daarom terecht bezorgd dat dit wordt gerelativeerd. Het rechtvaardigt dat anderen die eerst aanvaard leken, toch weer opnieuw gewogen en licht bevonden worden. Dat betreft nu afgevaardigden van samenwerkingsgemeenten. Maar een ieder die geen vreemdeling in Jeruzalem is, weet dat dit (op termijn) ook afgevaardigden van CGK-gemeenten kan overkomen, waar zich tevens de 'ontwikkelingen' voordoen die in de GKv en de NGK worden gehekeld. Misschien niet door hen geen stemrecht te geven of hun geloofsbrieven in twijfel te trekken. Maar wel door op andere, subtielere manieren.
      De gedachte dat je dit kunt keren door steeds de onderlinge eenheid voorop te plaatsen, is niet ongevaarlijk. Die eenheid is namelijk niet los verkrijgbaar. Ze gaat samen met ethiek, kerkrecht en zelfverloochening. Waar dat wordt vergeten, kun je het lang met elkaar volhouden. Maar er komt een moment dat die onderlinge eenheid verwordt tot een voorwerp van afgoderij, waarna het in je gezicht ontploft.

      Verwijderen
  4. Elkaar vasthouden is een mooi doel. Maar als daarbij de boven-lokale implicaties van de classicale goedkeuring van het inrichten van de samenwerkingsgemeente onschadelijk worden gemaakt, gaat er principieel iets mis. Kerkelijk samenleven vraagt gezonde ethiek, zelfverloochening, en dus zelf daadwerkelijk op hetzelfde fundament gaan staan en niet wachten tot de ander dat ook doet en elkaar dán aanspreken. Het is niet telkens weer mogelijkheden zoeken de ander te kunnen wegen en mogelijk te licht te bevinden. En dat is wat er nu, met een beroep op 'ontwikkelingen' binnen en buiten het eigen kerkverband, steeds gebeurt. In contacten met anderen. Maar als ik me niet vergis op subtielere wijze ook binnen het eigen kerkverband. Daardoor blijken eerder uitgesproken woorden ineens minder waard.

    Dit met een beroep op de onderlinge eenheid rechtvaardigen is een mogelijkheid. Het is een manier om de ander ruimte te geven en langer de mogelijkheid open te houden serieus met elkaar in gesprek te komen. Maar het is een dan wel tegelijk een stap die diezelfde onderlinge eenheid uitholt. Het ongeestelijke karakter van de steeds weer gemaakte beweging wordt immers wel benoemd, maar de desintegrerende effecten ervan worden geen halt toegeroepen. Het met elkaar zijn weegt blijkbaar zo zwaar dat het bijna een doel wordt in zichzelf. Alsof dat los verkrijgbaar is, zonder het elkaar in Christus volledig aanvaarden als daad van geloof en gehoorzaamheid.

    Zou het kunnen zijn dat in de aloude CGK-vaardigheid elkaar vast te houden een manier van kijken naar de onderlinge eenheid is ingeslopen die deze eenheid ten onrechte verzelfstandigt van andere geestelijke waarden en daarom dreigt te maken tot voorwerp van afgoderij?

    Ik weet het: dit klinkt als een vrijgemaakte consequentieredenering. Misschien is het dat ook wel. Maar dan wel een met gereformeerde wortels. Ik hoor en lees de verhalen over tal van kwesties in en rond de CGK. En mijn hart huilt. Dit trekje heeft de CGK altijd al aangekleefd. Maar te midden van veel kerkelijke gebrokenheid was jullie kring tegelijk bron van zoveel geestelijke verbondenheid, hartelijk samenwerken en goed gesprek dat het niet leek te ontsporen.
    Nu echter de banden met anderen decennialang zijn aangehaald en de omgeving in een stroomversnelling raakt, lijkt het mis te gaan. Het stil uitgesproken 'Toch maar goed dat we niet met hen in een kerk zitten; ik ervaar te weinig geestelijke herkenning; en zelf hebben we het al zwaar genoeg' klinkt luider en duidelijker dan ooit. Met als gevolg dat niet alleen velen die eerder een erewoord van de CGK kregen zich opnieuw te licht bevonden weten, maar ook de eigen kerk langzaamaan dreigt te imploderen.
    Ik hoop en bid dat de CGK-synode dit kernprobleem voorbij alle concrete vragen en kwesties openhartig en op geestelijke wijze kan bespreken en onder leiding van de Geest wegen vindt de desintegrerende krachten een halt toe te roepen.

    BeantwoordenVerwijderen