Wat beweegt een Vlaming om met tomeloze energie half
Oekraïne door te reizen op zoek naar (half)joden om die vervolgens naar Israël
te laten emigreren? En dat in gesprekken die gepaard gaan met hele waarheden
(in Oekraïne is het slecht), halve waarheden (in Israël is het veel beter) en
hele leugens (in Duitsland worden nog altijd Joden vervolgd). Dat is de vraag
die me bezighoudt sinds ik dinsdagavond de documentaire ‘breng de joden thuis’
zag. Die documentaire volgt Koen Carlier die in een busje van Jood tot Jood
gaat om hen te bewegen naar Israël af te reizen. Nu was ik al enigszins op de
hoogte van de theologie van Christenen voor Israël, maar de werkelijkheid die
daaraan ontspruit blijkt toch weer vreemder te zijn dan ik in mijn beperkte
fantasie had kunnen denken (zie de blog van Alain Verheij).
Dadendrang
![]() |
Koen Carlier |
Als je de documentaire kijkt zul je ontdekken dat Carlier,
en vele anderen, in een behoorlijk nauwkeurig apocalyptisch scenario leven. Dat
ziet er zo uit: in 1948 heeft God de staat Israël gesticht, nu is de tijd
gekomen dat God zijn volk opnieuw zal verzamelen in Israël, als dat gebeurd is
zal de Messias komen en zal heel Israël in hem geloven, en dan breekt
de heilstijd aan.
Volgens mij is het leven in zo’n apocalyptisch script
precies dat wat leidt tot zo enorm veel dadendrang. Er is een duidelijk
einddoel (een heilstaat) en een duidelijke weg daarnaartoe (breng de Joden
thuis), dat zorgt voor een effectieve manier om energie bij mensen los te
maken. Ongeveer zoals het apocalyptische scenario van Greenpeace (de wereld
vergaat door klimaatverandering), gecombineerd met een duidelijke remedie (alle
kolencentrales moeten sluiten) zorgen voor een krachtige campagne en een helder
toekomstbeeld (de wereld kolenrein). Of zoals het apocalyptische script van
ISIS een helder einddoel (de Islamitische heilsstaat) combineert met een
duidelijke route (dood aan alle ongelovigen) en zo duizenden jongeren
mobiliseert om met wapens een vrederijk te vestigen. Nu lijkt mij het scenario
van Greenpeace het meest waarschijnlijk en dat van ISIS het meest gevaarlijk,
maar alle drie de scenario's hebben gemeen dat onze tijd niet zomaar een tijd
is, maar een beslissende tijd, en dat we ons met hart en ziel moeten inzetten
om de grote toekomst te verwezenlijken.
Nu kan ik van alles inbrengen tegen het toekomstbeeld van
Christenen voor Israël, ik heb dat eerder ook al wel gedaan. Te denken valt aan
het merkwaardige feit dat het Nieuwe Testament zelf geen tweede terugkeer uit
de ballingschap meer verwacht maar de gebeurtenissen rondom Jezus ziet als de
voltooiing van die terugkeer (denk alleen aan de nieuwe intocht van Gods volk
in Kanaän bij de doop in de Jordaan). Ik kan erop wijzen dat alle details van
Jezus’ eschatologische rede (Mat. 24par.) betrekking hebben op Jezus’ dood en
opstanding en de verwoesting van Jeruzalem in het jaar ’70, en dat we volgens
die hoofdstukken alleen nog de komst van de Heer in heerlijkheid te verwachten
hebben. Ik kan erop wijzen dat Paulus in Romeinen 11, waar hij spreekt over de
strategie om zijn volksgenoten bij de Messias te brengen, nergens spreekt over
het weer thuisbrengen van Joden uit de verstrooiing. En dat die stukken uit het
Oude Testament die volgens velen nog onvervuld zijn, al wel vervuld zijn, maar
alleen op een andere manier dan je op het eerste gezicht zou zeggen (bv. Mat.
2:15).
Saai Jezusscript
Bij het bijzondere script van Christenen voor Israël steekt
het script van Jezus wellicht wat saai af. “Niemand weet de dag en het uur,
zelfs de Zoon niet, alleen de Vader weet het” (Mat. 24:36). En Jezus roept
intussen zijn volgelingen op om tot die dag waakzaam te zijn. En waakzaam zijn
betekent dan niet dat je wakker moet worden om met de Bijbel in de hand de
voetstappen van Jezus te ontcijferen. Waakzaam zijn betekent volgens de
gelijkenis die volgt: trouw doen wat de Heer je opdraagt (Mat. 24:45-51): de
arbeid aan zijn Koninkrijk in woord en daad trouw voortzetten, totdat hij komt
(Mat. 24:14 en 25:31-46).
Dit script vinden we ook in Handelingen 1. In vers 6 stellen
de leerlingen hem de vraag of hij dan nu het koningschap over Israël gaat
bekleden. Het antwoord van Jezus komt er dan op neer dat Hij al koning is, door
zijn dood en opstanding) en dat zijn leerlingen dat als koninklijke herauten
moeten gaan vertellen in de hele wereld, te beginnen bij Jeruzalem (Hand. 1:8).
Dat is hun taak. En wat er verder nog volgt
is dat Jezus terugkomt zoals Hij is heengegaan (Hand. 1:11). En dat is het.
Misschien is onze tijd wel saai
Het is begrijpelijk dat allerlei eindtijdschema’s een hoger
attractiviteitsgehalte hebben dan het eenvoudige schema van Jezus. Het is nu eenmaal
lastig te accepteren dat onze tijd misschien wel helemaal niet zo bijzonder is.
Dat onze tijd misschien achteraf wel net zo doorsnee blijkt te zijn als de
middeleeuwen of de jaren ’50. Dat we op dit moment niet met bijzondere gebeurtenissen
te maken hebben die we als Jezus’ voetstappen kunnen interpreteren. En dat we
als gelovigen geen bijzondere bijdrage kunnen leveren aan Zijn komst. Geen andere
bijdrage dan gewoon trouw zijn aan Zijn opdracht…
Haast iedereen in elke tijd vindt zijn eigen tijd bijzonderder en
vooral angstiger dan het verleden. Lees een paar oude preken en je ziet wat ik
bedoel. Relativerende opmerkingen als dat het in ons deel van de wereld, ondanks alle terrorisme, veiliger is dan in welke eeuw hiervoor dan ook, zijn de stem van een roepende in de woestijn. Het
is ook duidelijk hoe dat komt: het verleden is bekend, de toekomst is onzeker. Apocalyptisch
denken, religieus of seculier, het is van alle tijden.
In de gemeente waar Timoteüs diende waren de mensen al
gefascineerd door de geslachtsregisters van de Bijbel. Ze konden er veel mee
berekenen en er mooie scenario’s uit opmaken. Paulus ziet het als weggegooide
energie die ook besteed had kunnen worden met het vervullen van de taak die God
gegeven heeft (1 Tim. 1:4). De opdracht voor Timoteüs is helder: “voer je taak
vlekkeloos en onberispelijk uit, totdat onze Heer Jezus Christus verschijnt op
de dag die is vastgesteld door de verheven en enige heerser, de hoogste Heer en
koning” (1 Tim. 6:14-15). Opnieuw het simpele Jezus-script. Opnieuw de eenvoudige
opdracht waar Timoteüs en wij onze handen vol aan hebben.
En jij dan Wim?
Ik heb me weer genoeg beziggehouden met de nutteloze
speculaties van m’n lieve broeders en zusters. Vanmiddag ga ik weer aan m’n
werk, en ik zal proberen om het onberispelijk te doen.