woensdag 31 oktober 2012

Dominees werken niet hard en verdienen teveel

David Heek, alias Amos uit Spakenburg heeft weer van zich laten horen. Dit keer neemt hij het dapper op tegen de broodprofeten in de vorm van (oudere) vrijgemaakte predikanten. Ze werken niet zo hard, verdienen te veel en zeuren ook nog eens over hun pensioen. En hun vrouwen kunnen er helemaal wat van. En als je er wat van zegt dan vallen al die dominees over je heen, want o wee als je aan hun centen komt. 
Dit is in ieder geval wel het beeld dat uit de volgende tweet naar voren komt.

"Ik schrijf en preek regelmatig over de Bijbel. Reacties: 1-5. Ik schrijf over geld en de kerk, en de bom barst. Typisch GKv? Ik denk 't."

Heek roept iets ongenuanceerds over dominees en hun vrouwen, men reageert daarop en zijn reactie is: "zie je wel, ik zei het toch?"

Toen ik tijdens mijn studie op een kippenslachterij werkte - om m'n zesjarige studie te kunnen betalen - had ik een collega van het type ouwe mopperkont. Toen ik vertelde dat ik predikant wilde worden stuitte ik direct op het stereotype beeld: je werkt 1 dag per week en rijdt een dikke auto. Ik ben daar eerst tegenin gegaan en heb er later wat om geglimlacht. Zo'n man weet nou eenmaal niet beter.

David Heek weet wel beter, althans: daar begint hij z'n blog mee. Volgens mij heeft hij echter geen idee. Ik citeer:

Het stereotype beeld van de werkweek:
Je geeft 25 á 30 weken catechisatie.
Je doet 3 tot 5 pastorale bezoeken per week.
Je schrijft ongeveer 40 preken per jaar.

Eh, ja, het is nu woensdagavond. Sinds zondagmorgen heb ik er 37 werkuren opzitten, morgen nog een hele dag en zaterdag weer. Gewoon om dat ik het deze week een beetje druk heb. Met dingen die ik graag doe, dat wel gelukkig. Preken schrijven, catechisatie geven, pastoraat, vergaderen, studeren, een inspiratiebijeenkomst, etc.

En dat te hoge salaris? Ik ken de GKv-cijfers niet, die van de CGK wel. Het startsalaris is iets hoger dan dat van een startende leraar in het voortgezet onderwijs. Het eindsalaris meer dan 1000 euro lager... Mocht dat in de GKv significant hoger zijn, dan hoor ik het graag en stap ik onmiddellijk over. 

Het doel van de blog van Heek was om de emeritaatsvoorziening ter discussie te stellen. Daar heb ik geen probleem mee. Een eigen bijdrage van predikanten? Daar moet over te praten zijn. 

Waar ik wel een probleem mee heb is de uiterst suggestieve toon: snoepreisjes, predikanten die zielig doen, predikantsvrouwen met een gat in de hand, predikanten die de gemeente 'financieel tot last zijn'. Alsof predikanten er in de eerste plaats op uit zijn om zoveel mogelijk te verdienen. Dat vind ik het ronduit kwetsend. 

Tot slot: ik heb nog nooit een predikant horen klagen. We ontvangen een behoorlijke vergoeding voor een stevige functie. Marktconform is het niet helemaal, maar dat maakt niet uit. We proberen voor de Heer te leven, zijn koninkrijk op de eerste plaats te zetten en onbezorgd te zijn. We weten dat het voor een gemeente soms een offer is om een predikant te betalen. Daar voelt een predikant zichzelf als eerste ongemakkelijk bij.

Zelf sta ik in een kleine gemeente met grote offervaardigheid. Daar ben ik dankbaar voor. Door deze principiële keuze van de gemeente kan ik voltijds predikant zijn. Dat houdt in: 24/7 bereikbaar, huis en werkplek ineen, om er helemaal voor de gemeente te kunnen zijn. 

David, het zou prettig zijn als je je grote woorden in je blog terugneemt en je op de feiten concentreert. Spreken over geld mag best, maar weet waar je het over hebt en let op je toon. 

vrijdag 27 april 2012

Hemel - hel: een verkeerd paradigma

Het ND-debat over de hel was een waardig debat over een moeilijk onderwerp. De moeilijke vragen kwamen aan de orde. Bescheiden beginnetjes van antwoorden werden geformuleerd. Het mooiste vond ik dat de drie sprekers duidelijk niet waren gekomen om elkaar vliegen af te vangen, maar om oprecht hun visie te geven, wat ze goed afging. De angst die ik van tevoren over het debat had, is niet uitgekomen. Hulde.

Waar ik echter moeite mee had was het hele frame waarin de discussie door het ND was gezet. Dat was al te zien aan de hashtag #hemelhel en aan de levensgrote wegwijzer die de hele avond geprojecteerd werd met daarop heaven – hell. Hoewel de sprekers af en toe behoorlijk helder duidelijk maakten niet in dat paradigma te denken, bleef het boven de markt hangen.

Mijn moeite met het frame hemel-hel is dat de hel op deze manier teveel eer krijgt. Hemel en hel lijken in dit geval elkaars gelijkwaardige tegenhanger te zijn, waardoor de aarde in de schaduw komt te staan. De aarde is dan niet meer dan een schaduwland waar je definitieve bestemming - hemel of hel - bepaald wordt. 

Een collega stuurde deze scherpzinnige tweet de wereld in:
De spijker op zijn kop. De hel is niet zoals de hemel een schepping van God. Alsof God naast zijn eigen woning nog een folterkamer heeft ingericht voor zijn vijanden. De hel, dat is wat de mensen van Gods schepping hebben gemaakt en nog steeds maken. Net zoals het kwaad niet meer is dan de afwezigheid van het goede, zo is hel de afwezigheid God. Zo bezien doet de hel haar intrede als de mens uit het paradijs verjaagd wordt.  

Jezus zelf heeft het dan ook niet over de hel als tegenhanger van de hemel, maar als tegenhanger van het koninkrijk van God (Luc. 13:28), ofwel de vernieuwde schepping. Een nieuwe schepping die opnieuw wordt aangeduid in de tweeheid van hemel en aarde (Opb. 21:1).

Zoals een ander, al even scherp, twitterde:

Jezus is gekomen om Gods koningschap over zijn gevallen schepping terug te brengen. Om deze schepping weer te doordringen met liefde en recht. Daarom is Hij gestorven en opgestaan. Iedereen die zich tegen Zijn liefde en recht blijft verzetten komt niet in het koninkrijk, aldus de ernstige boodschap van Jezus. Niet het niet-geloven in Jezus zal de buitenblijvers zwaar worden aangerekend (Matt. 7:21), maar een leven in onrecht (Luc. 13:27). Het leven is belangrijker dan de leer.

Het is dan ook holle retoriek als je stelt dat Jezus meer over de hel dan over de hemel heeft gesproken. Jezus heeft inderdaad nauwelijks gesproken over de hemel als plek waar de doden heengaan. Dat past ook helemaal niet de boodschap die Hij had. Hij kwam geen mensen redden om naar de hemel te verplaatsen, maar kwam Gods koningschap naar de aarde brengen. In vrijwel ieder gedeelte waar Jezus waarschuwt voor de hel staat dat in de context van het koninkrijk dat Hij brengt. En Jezus heeft een stuk meer over het koninkrijk gesproken dan over de hel.

De verhouding tussen koninkrijk en hel is niet symmetrisch, alsof de hel net als het koninkrijk een bestaande plaats is, door God geschapen. De essentie van hel is buiten staan (Luc. 13:25). Het gaat om buiten tegenover binnen. Duisternis tegenover licht (Matt. 8:12). Het gaat erom dat deze aarde een plek wordt waar alle overheden, machten en krachten onttroond zijn en waar God als koning heerst. De kwade machten en hun handlangers kunnen daar simpelweg niet meer aanwezig zijn.

Voor wat de mens betreft die buiten komt te staan is dat een voortzetting van de beweging die in het paradijs is begonnen. Toen kwamen Adam en Eva buiten te staan, de weg naar het leven geblokkeerd (Gen. 3:24). Zo blijft de weg naar het leven geblokkeerd voor alles wat verwerpelijk is en iedereen die zich met gruwelijke dingen en leugens inlaat (Opb. 21:27).

Kortom: met de ‘hel’ als een ‘plek’ die nu al ‘bestaat’ kan ik vanuit de Bijbel niet zoveel. Met de hel als functie van Gods gerechtigheid des te meer. De hel is uiteindelijk het gevolg van Gods ‘ja’ tegen zijn schepping. Machten en mensen die daar ‘nee’ tegen zeggen hebben dat aan zichzelf te wijten. 

Om nog even terug te komen op het debat: de vragen uit de zaal bleven helaas erg in het frame hemel-hel hangen. Gelukkig wisten de sprekers zich daar regelmatig aan te ontworstelen. Zoals in de slotstatements bleek: "het geloof in de hemel motiveert me om hier met de voeten in de modder te staan, in de hoop dat het groene gras door de modder heenkomt" (citaat uit m'n hoofd). 

"Blijf de aarde trouw en geloof niet degenen die van bovenaardse hoop spreken", zei Nietzsche. Hij kan gerust zijn: Een christen blijft de aarde trouw, juist omdat hij bovenaardse hoop heeft. Omdat God de aarde trouw blijft. 

woensdag 15 februari 2012

Schepping en evolutie: mijn verhaal


In het Reformatorisch Dagblad van 15 februari 2012 staat een artikel van prof. dr. Benno A. Zuiddam, waarin hij aangeeft dat “Bijbelgetrouwe” (aanhalingstekens van hem) christenen de evolutietheorie te gemakkelijk omarmen. Voor Zuiddam is het duidelijk: “Wie de evolutietheorie omarmt, breekt feitelijk, dogmatisch en exegetisch met het historische christendom.”

Van die stelling lig ik op zich niet wakker. Ik heb haar vaker gehoord en desondanks heb ik als orthodox gelovige geen moeite met de acceptatie van de evolutietheorie en de hoge ouderdom van het heelal. Maar ik vind het wel moeilijk dat nog steeds nieuwe generaties christenen belast worden met een tegenstelling tussen Schepping en Evolutie die onnodig is en uiteindelijk ook gevaarlijk is voor het geloof.

Daarom hieronder mijn verhaal over hoe ik er uiteindelijk van overtuigd ben geraakt dat Schepping en Evolutie elkaar niet tegenspreken.

Kindertijd: slikken of stikken.
Als jongetje van 10 jaar oud hield ik in de klas een spreekbeurt met de titel “kometen, sterren en planeten”. Ik vertelde mijn klasgenoten over de opbouw van het zonnestelsel, de verschillende planeten en de manen rond de verschillende planeten. Ook vertelde ik over de letterlijk astronomische afstanden die er in het heelal waren. Als cijfer voor die spreekbeurt kreeg ik een 10. Het thema voor de spreekbeurt had ik zelf bedacht.  Dit was iets waar ik de hele kinderafdeling van de plaatselijke bibliotheek op had nagelezen. Dit was iets waar ik mijn klasgenoten meer over wilde vertellen.

Ik vertel dit niet om te pochen, hoewel ik toen natuurlijk razend trots was op het hoge cijfer. Maar ik vertel dit om aan te geven dat ik al vroeg was gefascineerd door het immense heelal waarin we ons bevinden.

de bewuste atlas uit 1977
Op mijn zesde had ik de “Nieuwe Grote Wereldatlas” van mijn vader ontdekt. In de jaren die volgden heb ik die uitgebreid bestudeerd. Tot ik op een gegeven moment het eerste hoofdstuk ging lezen, over het zonnestelsel. Daar wilde ik meer van weten. En al snel las ik nergens anders meer over.

Het viel me op dat niet alleen de afstanden in het heelal astronomisch waren, maar dat ook de ouderdom van het heelal in astronomische getallen uitgedrukt werd. De samenhang tussen het meten van de afstand in lichtjaren en de ouderdom van het heelal had ik vrij snel door. Als het licht van een bepaald sterrenstelsel er 300.000 jaar over doet om ons te bereiken, dan moest het heelal dus ouder zijn dan de mij vertelde 6000 jaar.

Al snel had ik in de gaten dat de wetenschappelijke verklaring voor het ontstaan van alles niet alleen gebaseerd was op Darwins waarneming van evolutie, maar dat een heel scala aan wetenschappen in dezelfde richting wees: het heelal is oud, zeer oud.  

Als ik daar vragen over stelde in mijn omgeving dan kreeg ik steevast als antwoord: “evolutie is ook een geloof”. Daar kon ik het mee doen. Het was helder: Schepping is het ene geloof, Evolutie het andere, je moet kiezen tussen die twee. Of je aanvaardt de schepping, of je aanvaardt de evolutie. Het is slikken of stikken.

Zo leefde ik in twee gescheiden werelden. De ene wereld was die van mijn bibliotheekboeken, de andere was die van gezin, school en kerk. Televisie hadden we niet, internet was er nog niet. Ik heb er niet echt last van gehad en leefde vrij onbekommerd door als kind, maar vreemd was het wel.

Ik heb in die tijd ook wel wat oplossingen bedacht, maar die ook even snel weer verworpen. Bijvoorbeeld de oplossing dat God het heelal heeft geschapen als iets dat er oud uitziet, maar jong is. Leuk bedacht, vond ik zelf, maar zo’n God is een bedrieger, en daar geloof ik niet in. Oplossingen als "de zes dagen uit Genesis staan voor zes tijdperken" vond ik al even onzinnig. De aarde was in dat geval nog altijd voor de zon en de sterren geschapen, iets wat in de bibliotheekboekjes anders gezien werd.

Middelbare school: creationisme
creationisme is soms
behoorlijk fanatiek
Op de reformatorische middelbare school werd de evolutietheorie en het ontstaan van het heelal bij verschillende vakken behandeld. Naast de overdracht van kennis over die theorie werd steevast het creationisme als wetenschappelijk alternatief naar voren gebracht. 

Bij biologie kwam het er vooral op neer dat de zwakke plekken uit de evolutietheorie werden genoemd: het ontbreken van tussenvormen, het ontbreken van een verklaring voor het ontstaan van leven en zo nog wat argumenten. Er werden om zo te zeggen wat steentjes uit de muur van de evolutietheorie gepulkt om op die plek vervolgens een heel nieuw gebouw, het creationisme, op te trekken. Bij aardrijkskunde kwam uiteraard de zondvloed als oorzaak van de aardlagen naar voren. Ik kan me niet herinneren dat ik op het punt van het ontstaan van het heelal zinvolle argumenten heb gehoord.

Toch maakte ik aan het einde van de puberteit de keuze voor het jonge-aarde-creationisme. In die tijd leerde ik Jezus Christus als mijn verlosser kennen. En van verschillende kanten begreep ik dat het loslaten van de schepping in zes keer 24 uur uiteindelijk het loslaten van het geloof zou betekenen. Tja, en mijn Verlosser inruilen voor een wetenschappelijke theorie, ik zou wel gek zijn.

Voor mijn profielwerkstuk voor biologie heb ik zelfs het boek “Degeneratie, het einde van de evolutietheorie” van Peter Scheele verwerkt. En ik vond het prachtig. Mijn geloof was wetenschappelijk te bewijzen, wie maakte me nog wat?

Beginnende twijfel
Toch heb ik nu achteraf het gevoel dat ik het vooral graag wilde geloven, maar dat ik het diep van binnen nooit echt geloofd heb. Ik werd vooral aan het denken gezet door mensen die ik eigenlijk in het kamp creationist had geplaatst, maar die daar niet in bleken te passen: C.S. Lewis en A. van den Beukel. Van beide sprak de verdediging van het geloof een het bekritiseren van de atheïstische wetenschap me erg aan. Maar beiden hadden ook ideeën over het begin van de bijbel die ik niet kon plaatsen. Zo beweerde Van den Beukel dat Genesis zichzelf in de eerste twee hoofdstukken tegensprak. Ik vond dat ongehoord en kan me nog herinneren dat ik Genesis 1 en 2 in de Statenvertaling en vertaling van ’51 naast elkaar legde, om vervolgens te concluderen dat de Statenvertaling beter was. Daarin werden de verschillen namelijk grotendeels wegvertaald.

En Lewis stelde plompverloren dat het waarschijnlijk was dat de mens in biologische zin van de apen afstamde. Voor mij een brug te ver.

De universiteit: eindelijk verzoening
Pas tijdens mijn studie theologie ging het lichtje langzaam aan. Ik verwierf enige kennis over scheppingsmythen uit de Umwelt, de ouderdom van de Israel omringende beschavingen (ouder dan de zondvloed volgens bijbelse tijdrekening) en enige kennis van literaire genres. In een tijd van ongeveer twee jaar was ik om.

Mijn mening is nu dat Genesis 1-11 wel degelijk over het begin van de wereld gaat maar daar in symbolische taal over spreekt. Wat toen gebeurd is, is niet op een manier beschreven die ‘zintuiglijk waarneembaar’ is, maar op een profetische manier. In beeldtaal dus. Een soort apocalyps van het verleden.

Het begin van de bijbel kan ik nu lezen als een theologische verhandeling over het begin. Over een God die de wereld heeft gemaakt, de mens die er niet toevallig is, maar gewild is. Over de breuk die er gekomen is toen de mens boven zijn macht wilde uitgrijpen.

De evolutietheorie en de kosmologie kan ik accepteren als wetenschappelijke verklaring voor het ontstaan van het heelal, de aarde en de mens. Hoewel ik daar niet alles van begrijp, ik ben geen wetenschapper, klinkt het mij nog altijd het meest plausibel in de oren. Stukken plausibeler dan het jonge-aarde-creationisme.

Ik zou blij zijn als een nieuwe generatie christenen niet meer belast wordt met verkeerde tegenstellingen en onjuiste antwoorden. Dat ze leren dat God zich op twee manieren openbaart: in de natuur en in de Heilige Schrift. En dat ze niet bang hoeven zijn voor de kennis die we uit de natuur opdoen. Als deze blog daar een beetje aan bijdraagt ben ik tevreden. 

Meer lezen?

maandag 8 augustus 2011

Een christen vrijt het lekkerst


Gisteravond keek ik naar een onderhoudende aflevering van Zomergasten. Te gast was Step Vaessen, journalist in Indonesië. Het indrukwekkendste deel van het gesprek was de openhartigheid over de zelfmoord van haar ex-man, nog geen jaar geleden.

Verder ging een fors deel van het gesprek over de democratisering van Indonesië, over vrijheid, openheid en vooruitgang.

Aangezien wij Nederlanders vrijheid onvermijdelijk associëren met vrije seks, kon gastheer Jelle Brandt Corstius er niet onderuit om zo rond half elf de belangrijke vraag te stellen: “zijn er ook seksshops in Indonesië?”

Gelukkig kon Vaessen daarop bevestigend antwoorden. Er zijn seksshops in Indonesië, weliswaar verborgen in oude garageboxen, als teken van een dubbele moraal, maar gelukkig, ze zijn er, Indonesië is niet totaal achterlijk.

Vooruitgang
Seksshops als teken van vooruitgang, dat is de manier waarop de verlichte Nederlander deze wereld bekijkt.

Maar wat is er in een seksshop nu eigenlijk te koop dat te maken heeft met vooruitgang? Ik heb weleens een besmuikte blik in een etalage van onze plaatselijke seksshop geworpen. Naast lingerie die er, gezien de omvang, voor gemaakt is om zo snel mogelijk uit te trekken, zijn er nepgeslachtsdelen te koop in alle soorten en maten, condooms in verschillende smaken en meer van dat soort spul.

Als ik het onder één noemer moet brengen, dan lijkt het allemaal materiaal te zijn om een zo heftig mogelijk orgasme te beleven. Alle nadruk bij de beleving van seksualiteit ligt in een seksshop op het lichamelijke niveau. Klaarkomen, dat is belangrijk.

Afgelopen zaterdagavond zag ik op RTL4 een oude aflevering van Ik hou van Holland. Om het luchtig te houden moeten daar ook altijd een paar vragen over seks gaan. De vraag was: “hoeveel Nederlanders vinden dat seks exclusief in een vaste relatie thuishoort?”
Het antwoord? 32 procent. Dat betekent dus dat 68 procent vindt dat seks ook buiten een vaste relatie beleefd kan worden.

Het wereldbeeld van de verlichte Nederlander wordt zo iets duidelijker. Seks is een genotsartikel dat je beleeft met wie daar op dat moment zin in heeft. Het eigen genot voorop, waarin degene met wie je seks hebt slechts een figurant is.
En als er niemand is, dan red je je wel met een pornofilm of een dildo.

Seksshops, een teken van de alomtegenwoordigheid van seks, maar ook een teken van vooruitgang? Anders gezegd: is een cultuur met veel vrije seks in het publieke domein een vooruitstrevende cultuur?

Kanaan
vruchtbaarheidsgodin Astarte
Ook het oude Kanaan had een opmerkelijk open seksuele cultuur. De opgerichte phallus sierde menig tempel en heilige plaats. Rituele prostitutie was heel gewoon. Het publieke domein was vergeven van seks.

Toen kwam daar een nieuwe Godsdienst, het Jahwisme. Jahwe dacht dat het beter was dat de seks uit het publieke domein teruggedrongen werd (bv. Deuteronomium 23:18) en dat iedere man zijn eigen vrouw had. Volgens Jahwe had seks alles met intimiteit te maken, en mocht in die intimiteit beleefd, ja zelfs genoten worden.

Een pasgetrouwde man kreeg van Jahwe een jaar vrijstelling uit het leger om… zijn vrouw gelukkig te maken (Deut. 24:5).

Volgens Jahwe is seks meer dan een heftig orgasme. Seks komt tot bloei waar liefde, intimiteit en geborgenheid is. Waar twee mensen een hechte eenheid vormen. Waar een man plezier beleeft aan zijn eigen vrouw en omgekeerd.

Moge je bron gezegend zijn
Moge de geliefde van je jeugd je vreugde geven
Ze is zo lieflijk als een hinde, bekoorlijk als een ree.
Ze laat je altijd van haar borsten drinken,
Je kunt eindeloos verzinken in haar liefde.
(Spreuken 5:18-19)  

Ja, het is waar: een christen vrijt het lekkerst

donderdag 21 juli 2011

Traditie en legende: Luther en Maria

Naar aanleiding van een uitgebreide discussie, met twee katholieke vrienden, over het eeuwig maagd zijn van Maria, wil ik laten zien hoe ik over traditie en legendevorming denk. 


Reformatorische legendevorming

In mijn jeugd, op de reformatorische basisschool in Nunspeet, werden niet alleen de gewone christelijke feesten gevierd. In de week van 31 oktober werd ook de kerkhervorming (1517) gevierd. We zongen dan niet alleen het Lutherlied, maar we hoorden ook het levensverhaal van Luther.

Ons werd verteld dat Luther al heel jong op zoek was naar God. Toen hij op een dag in een onweer verzeild raakte legde hij in al zijn angst de gelofte af: “heilige Anna, ik zal monnik worden”. Zo ging hij het klooster in.
In het klooster leefde hij in de voortdurende aanvechting of hij wel genoeg goede werken deed om gered te worden. Gelukkig was daar ergens in het klooster nog een oude Bijbel, in de bibliotheek. Die Bijbel lag aan de ketting. Heel zijn leven had Luther nog geen Bijbel in handen gehad, en nu hij hem begon te lezen kon hij niet meer ophouden. Al gauw ontdekte Luther dat de kerk het mis had. Je wordt niet gered vanwege je goede werken, maar vanwege je geloof.

Luther slaat de 95 stellingen aan
Vanaf dat moment was alles anders. Het licht, dat 1000 jaar niet had geschenen, ging weer aan. Op 31 oktober 1517 sloeg Luther met een grote hamer en even grote spijkers de beroemde 95 stellingen tegen de aflaat op de slotkapel te Wittenberg. 
Iets wat nog nooit eerder gedaan was. Een aanklacht tegen de Katholieke kerk. En zie daar, de reformatie was geboren.

Legendarische elementen

Nu heeft dit verhaal zeker een historische kern, maar in de loop der eeuwen is het verhaal wel mooier geworden dan het was.

Zo werd er ons niet bij verteld dat Luther al jaren voor de reformatie begon hoogleraar Nieuwe Testament was, colleges over de Psalmen en Romeinen hield, en dus wel degelijk de Bijbel las. En dat de Bijbel enkel aan de ketting lag vanwege de kans op diefstal van zo’n kostbaar oud boek, niet om het boek dicht te houden. Er werd ook niet bij verteld dat er ook in de Middeleeuwen al diverse bijbelvertalingen in de volkstaal waren. 

Ons werd ook niet verteld dat het vrij gewoon was om voorafgaand aan een belangrijk dispuut een aantal stellingen over het thema te publiceren. Er werd al helemaal niet verteld dat Luther al op 25 september 1516, 97 stellingen over de genade publiceerde.

Geconstrueerd verhaal

Het verhaal dat we te horen kregen was een geconstrueerd verhaal rondom  3 hoogtepunten (met alle drie wel degelijk een historische kern).

Bijgeloof: Luther riep de heilige Anna aan tijdens het onweer. De suggestie die hier vanuit gaat is: zie je wel hoe donker de middeleeuwen waren?  

Bijbelgebruik: De Bijbel lag aan de ketting. Een prachtig beeld voor de donkere middeleeuwen, waarin Gods Woord aan banden gelegd was door de Katholieke Kerk.

Stoerheid: Luther die met machtige hamerslagen een papier op de kapel slaat. Symbool voor de kracht en onverschrokkenheid van de reformatie.

We zien hier een zekere legendevorming rond de persoon van Luther, die zeer zeker opkomt uit dankbaarheid voor wat God ons in Luther heeft gegeven. Maar die juist door de kritiekloze verering van de persoon Luther een vertekend beeld van de geschiedenis geeft. Benaderen we Luther via de gereformeerde (en Lutherse) traditie, dan zien we op onderdelen een andere Luther dan de werkelijk historische Luther.

Luther en zijn legendarische
vriend in het onweer
In de 19e eeuw zijn er zelfs serieuzere legenden rondom Luther, zoals het verhaal dat tijdens het beroemde onweer een vriend van hem door de bliksem gedood zou zijn.

Hoe werkt legendevorming?

Bovenstaand heb ik laten zien hoe ik kritisch omga met mijn eigen traditie. In een tijd van een paar honderd jaar is het verhaal van Luther mooier gemaakt dan het is. Ondanks de boekdrukkunst die ons vanaf het begin in staat stelde om terug te grijpen op wat werkelijk gebeurd is, is het verhaal over Luther behoorlijk opgeleukt.

Via projectie, polemiek en hagiografie kunnen er allerlei elementen aan een verhaal aanslibben en andere elementen worden weggelaten. Dit alles niet doelbewust, maar vanuit oprechte betrokkenheid op de persoon.


Legendevorming rond Maria

Sta me nu toe om dit ook toe te passen op legendevorming in de Katholieke traditie. Specifieker, het ontstaan van legenden rondom Maria. Ik beperk me nu tot de oude legende dat Maria altijd maagd is gebleven. De vroegste schriftelijke sporen van die legende vind ik bij Hieronymus. Maar de legende zelf moet ouder zijn (Hieronymus zelf noemt zelfs Ignatius al als iemand die dit geloofde). Hieronymus leefde rond het jaar 400, dus zo’n 4 eeuwen na de geboorte van Jezus.

Poolse nonnen
Deze Hieronymus was een belangrijk persoon in de monastieke beweging en hechtte groot belang aan ascese. Hij legde daarbij alle nadruk op de maagdelijkheid, de overwinning op je seksuele begeerten.

Als een kuise monnik of non het ideaalbeeld is, dan is goed te begrijpen dat deze Hieronymus het zich niet goed kon voorstellen dat de heilige Maria ooit seksuele gemeenschap gehad zou hebben. Het hoeft daarom niet te verbazen dat juist Hieronymus in de polemiek tegen Helvidius het ‘eeuwig maagd’ van Maria met kracht naar voren bracht.

Aangezien het ascetendom zich al vanaf de 2e eeuw ontwikkelde, kan ik me goed voorstellen dat de traditie dat Maria altijd maagd is gebleven een oeroude traditie is. Maar of het daarmee waar is? 

Laten we de Bijbel eindelijk eens losmaken van de ketting. ;-)  

Eerdere artikelen in deze discussie:

woensdag 20 juli 2011

Het evangelie volgens @MariamneBaruch

Mariamne
Gisteren schreef ik een blogpost genaamd: het evangelie volgens @instantypo. Die blog maakte nogal wat los, vooral in het twitterverkeer. Onder mijn volgers bevindt zich namelijk nog iemand die zich vanuit het evangelicalisme bekeerd heeft tot het katholicisme. Ze noemt zich @MariamneBaruch en is op Pinksteren 2010 katholiek gedoopt. Zie haar indrukwekkende blog waarin ze haar levensverhaal weergeeft. 

Deze @MariamneBaruch schreef zojuist een korte blog met de titel "toch een huwelijk maar niet geconsumeerd". Ze komt daar opnieuw met de opvatting dat de broers van Jezus uit Matteus 12:47 feitelijk de neven van Jezus zouden zijn. 

de familie van Jezus volgens @MariamneBaruch
Matteus 12:47 "En iemand zeide tot Hem: Zie, uw moeder en uw broeders staan buiten en trachten U te spreken te krijgen."




Nu, technisch gesproken kan adelfos (broer) inderdaad op de ruimere familiekring slaan. En ook binnen de gemeente noemt men elkaar 'broeder'. 

Het probleem is echter dat het Nieuwe Testament op alle andere plaatsen waar het om een familiebetrekking gaat adelfos in de betekenis van broer gebruikt. Verder kent het Nieuwe Testament ook een ander woord voor neef (anepsios) dat ondubbelzinnig is en alleen neef kan betekenen (Kol. 4:10). 

Ook is iedereen het er over eens dat in Matt. 12:47 met de moeder wel Maria wordt bedoeld en niet een tante van Jezus. Ook moeder kan in het Nieuwe Testament voor geloofsrelaties worden gebruikt (Rom. 16:13; 1 Tim. 5:2). Dus technisch gezien zou deze vrouw een ander dan Maria kunnen zijn.  

Stel, Mariamne, probeer het je even voor te stellen, dat Jezus wel degelijk broers gehad zou hebben, puur hypothetisch. Welk woord had er dan in Matt. 12:47 moeten staan? 

Volgens mij zou er dan adelfos hebben gestaan, omdat het Grieks geen ander woord voor broer kent. Of had er moeten staan: "de lijfelijke broers van Jezus, die uit dezelfde baarmoeder voortgekomen waren"? 

Nog een bijbelgedeelte: Matteus 13:55. Daar kijken de plaatsgenoten van Jezus met verbazing naar zijn eerste optreden in de synagoge. Dan zeggen ze: "Is dit niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus en Jozef en Simon en Judas? En behoren zijn zusters niet allen bij ons?"

"Jezus is zo'n gewone jongen", zeggen ze tegen elkaar. "Hij is de eerste uit een gezin van 5 zonen en het aantal zusters noemen we maar even niet". Kortom, de mensen staan er verbaasd over dat iemand uit zo'n gewoon gezin zulke bijzondere dingen zegt. 

Nu volgt mijn evangelie volgens @MariamneBaruch

Mt 1:2  Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn neven,
Mt 1:11  Josia verwekte Jechonja en diens neven ten tijde van de Babylonische ballingschap.
Mt 4:18  Toen Hij nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee neven, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens neef, een net in zee werpen; want zij waren vissers.
een gezin van katholieke omvang
Mt 4:21  En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee neven, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn neef, in het schip met hun vader Zebedeus, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen.
Mt 10:2  En dit zijn de namen van de twaalf apostelen: vooreerst Simon, genaamd Petrus, en Andreas, zijn neef; en Jakobus, de zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn neef;
Mt 10:21  Een neef zal zijn neef overleveren ten dode en een vader zijn kind, en kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen.
Mt 12:47  En iemand zeide tot Hem: Zie, uw moeder en uw neven staan buiten en trachten U te spreken te krijgen.

Voor een historisch overzicht van de discussie klik HIER